Wetsvoorstel over publieke bijeenkomsten stemt Poolse burgermaatschappij ontevreden

​In oktober komt een aantal belangrijke bepalingen van de Poolse wet inzake het recht op openbaar verenigen te vervallen. Een wetsvoorstel vanuit de koker van de regering laat bij de burgermaatschappij de alarmbellen rinkelen.

In oktober komt een aantal belangrijke bepalingen van de huidige Poolse wet inzake het recht op openbaar verenigen te vervallen. Het Ministerie van Bestuurszaken en Digitalisering is echter pas in maart begonnen met het opstellen van een nieuwe wetsvoorstel, dat het hele wetgevingsproces nog moet doorlopen.

Halverwege september 2014 heeft het Pools Constitutioneel Hof zich uitgesproken tegen bepaalde aspecten van de wet inzake het recht op openbaar verenigen. Het gaat om de bepalingen die gaan over spontane betogingen, het gebrek aan effectieve rechtsmiddelen tegen een demonstratieverbod en regels die gemeentelijke instanties verplichten om betogingen die gelijktijdig plaatsvinden, uit elkaar te halen.

Spontane bijeenkomsten

De Helsinki Foundation for Human Rights (HFHR) heeft op verzoek van het ministerie het wetsvoorstel onder de loep genomen en er zijn visie op gegeven. ‘‘We maken ons zorgen over de nieuwe wet inzake het recht op openbaar verenigen’’, zegt Adam Bodnar, vicevoorzitter van de HFHR.

Het wetsvoorstel maakt onderscheid tussen marsen en stilstaande bijeenkomsten. Beide soorten publieke bijeenkomsten worden onderworpen aan aparte procedures. Een belangrijke verandering is de aangepaste termijn voor het verwittigen van de autoriteiten over een bijeenkomst op één plaats (niet minder dan twaalf uur van te voren).

‘‘Met de veranderde termijn worden bijeenkomsten op één plaats door de autoriteiten praktisch net zo benaderd als spontane bijeenkomsten. De HFHR zet zich al lange tijd in voor de wettelijke erkenning van deze laatste vorm van bijeenkomsten’’, vertelt Michał Szwast, jurist bij HFHR.

De HFHR wil dat de termijn ter kennisgeving wordt teruggebracht naar zes uur vóór de start van een bijeenkomst, wat demonstranten de gelegenheid geeft om meer spontane demonstraties te houden en de politie genoeg tijd biedt om zich hier op voor te bereiden, aangezien voor dergelijke bijeenkomsten zelden het verkeer hoeft worden omgeleid.

Wat is een mars?

De HFHR is ook verontrust over bepaalde regels die van toepassing zijn op protestmarsen. De definitie van een mars is in het wetsvoorstel veel te breed en daardoor gebrekkig.

"In het wetsvoorstel heeft de definitie van een mars betrekking op mensen die door een bos, een park of een autovrije zone in de stad lopen. Er bestaat geen enkele noodzaak om dergelijke 'marsen' in de wet op te nemen en organisatoren te verplichten zich aan de kennisgevingstermijn te laten houden’’, stelt Bodnar.

De HFHR wijst erop dat het uitbreiden van de kennisgevingstermijn van drie naar zes werkdagen, niet strookt met de uitspraak van het Constitutioneel Hof. Volgens het Hof is drie werkdagen al te lang wat een schending is op de vrijheid van verenigen.

Toetsing door de rechter

Daarnaast heeft de HFHR kritiek op de procedure aan de hand waarvan bezwaren tegen afwijzingen van aanvragen om publiekelijk bij elkaar te komen, worden gereguleerd. Hoewel in de nieuwe regelgeving een provinciaal bestuurder een definitieve beslissing neemt in het geval van bezwaar, wordt er in het wetsvoorstel geen gewag gemaakt van toetsing door de rechter.

‘‘Het wetsvoorstel kent geen waarborg voor toetsing door de rechter. In de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en in de richtlijnen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa wordt er veel waarde aan gehecht dat belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om een verbod op verenigen te laten toetsen door de rechter vóór de geplande datum van samenkomst’’, zegt Szwast.

De HFHR heeft een wijziging van deze procedure voorgesteld die organisatoren het recht zou geven op tijdige rechterlijke toetsing van het afwijzend besluit door een lokaal bestuursorgaan.