EHRM komt op voor rechten draagmoederkinderen

Het feit dat de Frankrijk weigerde draagmoederkinderen op te nemen in de burgerlijke stand schond de rechten van de kinderen, maar niet die van de ouders, zo oordeelt het Europees Hof voor de rechten van de mens.

Koppels die geen kinderen kunnen krijgen maken steeds meer gebruik van de mogelijkheden van draagmoederschap om toch aan de kinderwens te kunnen voldoen. In de Verenigde Staten en India bieden speciale klinieken hulp aan buitenlandse koppels voor het zoeken naar een draagmoeder. De meeste lidstaten van de Raad voor Europa verbieden draagmoederschap, waardoor veel Europese koppels op dienstverlening in andere werelddelen zijn aangewezen.

Frankrijk weigert draagmoederbaby’s op te nemen in burgerlijke stand

De Franse koppels Mennesson en Lebassee maakten gebruik van draagmoeders in de VS. Bij thuiskomst in Frankrijk lieten de autoriteiten weten dat zij vermoeden dat de baby’s ter wereld waren gekomen via een draagmoeder en dat de baby’s daarom niet zouden worden opgenomen in de registers van de burgerlijke stand. De koppels spanden allebei een rechtszaak aan, maar die gingen verloren omdat draagmoederschap in Frankrijk niet is toegestaan.

Het opnemen van de kinderen in de burgerlijke stand zou volgens de rechters zorgen voor een maas in de wet en andere koppels aanmoedigen om in het buitenland draagmoederbaby’s te kopen. Zij verklaarden echter dat hun uitspraak geen schending was van het recht van de ouders op privacy en een familieleven, aangezien het wel of niet laten registreren van de kinderen geen directe gevolgen heeft voor de band tussen de ouders en het kind.

Afzonderlijke rechtszaken

De ouders namen hier geen genoegen mee en gingen naar het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM). In zowel de zaak Mennesson tegen Frankrijk als de zaak Labassee tegen Frankrijk werden namens de ouders en kinderen afzonderlijke klachten ingediend, die apart werden behandeld en leidden tot verschillende uitkomsten.

Het EHRM stelde vast dat de inmenging van de Franse autoriteiten in het privéleven en persoonlijke beslissingen van de ouders juridisch gegrond en gerechtvaardigd was omdat Frankrijk andere Franse koppels probeerde te ontmoedigen om naar het buitenland te gaan voor draagmoederschap. Volgens de rechters in Straatsburg waren de ouders niet in staat om aan te tonen dat de geweigerde registratie in de burgerlijke stand op enige manier gevolgen zou hebben voor het normale functioneren van hun gezinsleven, aangezien zij zich nog altijd in Frankrijk mochten vestigen. De lokale rechtbanken hadden de belangen van de gezinnen en de staat dus goed tegen elkaar afgewogen, oordeelden de rechters in Straatsburg.

De identiteit van de kinderen en hun recht op een privéleven

Het EHRM kwam tot een ander oordeel ten aanzien van de klachten van de kinderen. Omdat zij niet geregistreerd staan, leven ze in rechtsonzekerheid. Ook al stonden zij in de VS geregistreerd als kinderen van een eiceldonor, vormde het feit dat de Franse autoriteiten weigerden hen te registreren een bedreiging voor hun status en wettelijke bescherming in hun nieuwe thuisland.

Dit bracht bovendien hun identiteit in gevaar, zowel vanuit juridisch als persoonlijk oogpunt, en kon dit voor moeilijkheden zorgen bij het zich vereenzelvigen als lid van de Franse samenleving. Ook al waren de vaders Frans en bestond er geen twijfel over hun vaderschap, beschikten de kinderen niet over de zekerheid dat zij het Franse burgerschap zouden bemachtigen. Daarnaast zou het voor de kinderen onmogelijk zijn om te erven van ouders bij wie zij nooit wettelijk zijn geregistreerd.

Het EHRM woog het belang van afkomst mee in het vormen van iemands identiteit. Gezien de potentiële negatieve gevolgen voor de kinderen, zowel op wettelijk als persoonlijk vlak, bepaalde het hof dat de Franse autoriteiten zich schuldig hadden gemaakt aan ongepaste bemoeienis in het privéleven van de kinderen – een schending van artikel acht van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. De kinderen uit beide gezinnen kregen een schadevergoeding van 5000 euro.

Bij het EHRM zijn nog twee andere zaken ten aanzien van draagmoederschap aanhangig. Paradiso & Campanelli tegen Italë gaat over een baby van een Russische draagmoeder die bij de ouders is weggehaald door de Italiaanse autoriteiten en D. & R. tegen België heeft betrekking op baby’s van een Oekraïense draagmoeder die België niet in mogen. In veel landen is de wetgeving op dit gebied vergelijkbaar. De moeder is eenvoudigweg degene die de zwangerschap uitdraagt, ook als zij een draagmoeder is. De enige andere mogelijkheid voor koppels die geen kinderen kunnen krijgen om toch een kind te nemen, is adoptie, wat in veel gevallen een gecompliceerd en langdurig proces is, zeker als het kind uit het buitenland komt.