Nieuwe Belgische antiterreurmaatregelen doen meer kwaad dan goed

Nieuwe antiterreurmaatregelen van de Belgische regering vormen een bedreiging voor de grondrechten van burgers en kunnen wel eens averechts uitpakken, stelt de Ligue des Droits de l'Homme.

Na de aanslagen in Parijs en de ontmanteling van een terroristische cel in België, heeft de Belgische regering twaalf maatregelen genomen om in deze periode van onzekerheid de burgerveiligheid te vergroten en de strijd tegen radicalisme en terrorisme op te voeren. De Ligue des Droits de l’Homme neemt een aantal van de maatregelen onder de loep om vast te stellen of deze legitieme strijd niet zijdelings ten koste gaat van fundamentele vrijheden.

Uitbreiding van speciale onderzoeksmethoden

In de afgelopen jaren heeft België, net als zijn buurlanden, zijn juridisch kader om op te treden tegen ernstige misdaad flink uitgebreid. Al zodanig dat een verdere uitbreiding op dit gebied op dit moment niet gepast lijkt (en hier door wetshandhavinginstanties ook niet om wordt gevraagd), met uitzondering van de wetgeving die het aftappen van communicatie mogelijk maakt als er sprake is van het aansporen, werven en trainen van terroristen. Hier valt wat voor te zeggen, maar bij deze uitzondering moet het dan ook blijven.

Meer mogelijkheden om staatsburgerschap af te nemen

Deze maatregel is zonder twijfel de meest kwalijke omdat het kan resulteren in twee categorieën Belgische burgers: een groep die altijd zeker is van haar nationaliteit, en een groep die haar nationaliteit te allen tijde kan verliezen. Dit staat haaks op het verlangen van de regering om ‘‘samen te leven’’. Het drijft burgers namelijk uit elkaar en zorgt ervoor dat zijoneerlijk worden behandeld op basis van afkomst, waardoor ‘‘nieuwe Belgen’’ tweedeklas burgers worden. Alleen door middel van integratie – niet uitsluiting – kunnen dit soort excessen worden tegengegaan.

Tijdelijke intrekking ID, geen uitgifte van paspoort en inbeslagname tegoeden

Waar de regering stelt dat dergelijke maatregelen mogen worden genomen door de minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid op advies van het OM, is de Ligue des Droits de l’Homme (LDH) van mening dat zij voorafgegaan dienen te worden door zorgvuldige toetsing van een onafhankelijke rechter (bijvoorbeeld een onderzoeksrechter) en bezorgde burgers vervolgens de mogelijkheid moeten hebben om een officieel beroep te doen op de onderzoekende autoriteiten om de rechtmatigheid van de beslissingen te toetsen en om willekeurige besluitvorming tegen te gaan. Bovendien staat de LDH erop dat deze maatregelen alleen worden toegepast als er rekening wordt gehouden met wettelijke procedures en de rechten van rechtzoekenden.

Uitwisseling van informatie en capaciteit om staatsveiligheid te analyseren

In op opvatting van de LDH beschikt de Belgische staat en zijn veiligheidsdiensten al over uitgebreide databanken met informatie. De antiterreuroperaties van de afgelopen weken duiden erop dat het voor de wetshandhavinginstanties niet zozeer gaat om informatie, aangezien de opgepakte verdachten al bekend waren en in de gaten werden gehouden. De LDH vraagt zich daarom af of het nodig is om nog meer informatie vergaren, iets dat niet zonder risico is. Als de capaciteitsuitbreiding op dit gebied wordt gerealiseerd, moet de regering er in het bijzonder op letten dat het vertrouwelijkheidsbeginsel en de evenredigheid bij onderzoeken worden gewaarborgd, evenals het respect voor de privacy. In de strijd tegen degenen die de waarden van de democratie in twijfel trekken, zou het paradoxaal zijn als het respect voor het privéleven van burgers geslachtofferd wordt door maatregelen die zelf inbreuk maken op democratische waarden.

Strijd tegen radicalisering in gevangenissen

De LDH heeft net als verschillende internationale organisaties gewezen op het volledige gebrek aan bereidheid van de Belgische regering om maatregelen te nemen die helpen bij de scholing en reintegratie van gevangenen. De gevangenis is een bijzonder problematische en criminogene plaats die de radicalisering van sommige gevangenen in de hand werkt. Radicalisering in gevangenissen tegengaan enkel door het aantal beveiligingsmaatregelen op te schroeven, werkt alleen maar averechts. Deze strijd kan alleen worden gewonnen door de rol van het gevangeniswezen vanuit een breder perspectief te benaderen. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe aanpak.

Het leger inzetten voor speciale toezichttaken

De LDH keurt deze onnodige en onzinnige maatregel af. Het leger hoort niet thuis in de straten van grote steden omdat dit niet zijn rol is in een democratie. Soldaten zijn in tegenstelling tot de politie getraind om in te grijpen in oorlogssituaties, niet om de openbare orde te handhaven en de democratie en mensenrechten te beschermen. Het is aan de politie – die de afgelopen tijd haar doeltreffendheid heeft bewezen – om ervoor te zorgen dat burgers veilig zijn en grondrechten worden nageleefd. Het leger vormt geen toegevoegde waarde in de beheersing van de crisis, maar zijn aanwezigheid in de steden versterkt wel het gevoel van onveiligheid, zonder dat het de veiligheid daadwerkelijk vergroot. Als het leger al wordt ingezet, is het belangrijk dat dit maar voor korte, van te voren bepaalde duur gebeurt en burgers objectief worden geïnformeerd over de status van het gevaar.

Tenslotte wil de LDH de aandacht vestigen op twee tegenstrijdige situaties waar op dit moment rekening mee moet worden gehouden.

1. De aanslagen in Parijs hebben geleid tot een ongekende mobilisatie van burgers die zich hebben uitgesproken voor de vrijheid van meningsuiting. Als er vervolgens maatregelen worden genomen die deze vrijheid inperken (met name op het internet), dan valt dat maar moeilijk te begrijpen. Meer internettoezicht – nodig of niet – mag niet leiden tot censuur.

2. Om tot een consistente en brede aanpak van terrorisme te komen, zou het zinvol zijn als de Belgische federale regering iets zou doen aan de verkoop van wapens aan andere landen. Saoedi-Arabië en Qatar behoren tot de belangrijkste wapenafnemers van België en het is algemeen bekend dat deze landen jihadisten steunen in Syrië en Irak.

Kortom, de LDH wil dat er goed wordt gelet op de noodzaak, evenredigheid en mogelijk vergaande gevolgen van deze antiterreurmaatregelen. De voorgestelde maatregelen zijn slechts van korte duur en zullen geen oplossing bieden voor het probleem dat terrorisme en radicalisme vormen. Om deze fenomenen te bestrijden, is het van belang om de focus te verleggen naar veel ingewikkelder kwesties zoals onderwijs, werkgelegenheid, discriminatie en internationale politiek. Dit vergt maatregelen met een grotere complexiteit, met veiligheidsmaatregelen worden immers alleen de symptomen aangepakt en niet de ziekte zelf.

De strijd tegen terrorisme is tegelijkertijd een strijd om de fundamentele waarden van de democratie te behouden. Als enkele fundamentele vrijheden het in deze roerige periode zouden moeten ontgelden, dan hebben de terroristen aan het langste eind getrokken.