#MeAndMyRights: als massa-surveillance en etnische profilering zo slecht zijn, wat moeten we dan wél doen?

Soms krijgen we als mensenrechtenactivisten de kritiek dat we zo negatief zijn over alles wat regeringen doen, maar verder zelf geen goede alternatieven voorstellen. Bij deze!

Zoals we in een eerder artikel al bespraken, waren enkele of alle daders betrokken bij recente terroristische aanslagen vaak al bekend bij de autoriteiten. Ze waren ofwel bekend bij veiligheidsdiensten vanwege gewelddadig extremisme, of bij de politie vanwege criminele activiteiten of bij andere overheidsdiensten vanwege psychische problemen. Dat suggereert dat de veiligheidsdiensten hun tijd en middelen verspillen wanneer ze informatie van het grote publiek verzamelen en doorzoeken. De veiligheidsdiensten zouden er beter aan doen meer middelen te krijgen om specifieke verdachten op te sporen en de manier te verbeteren waarop ze informatie delen met buitenlandse inlichtingendiensten. De regering moet ook de manier veranderen waarop gevangenissen worden georganiseerd, zodat mensen die veroordeeld zijn voor een misdrijf niet in de gevangenis worden aangezet tot gewelddadig extremisme. Geestelijke gezondheidsdiensten kunnen worden verbeterd om adequate zorg te bieden. En de manier waarop verschillende delen van de overheid informatie met elkaar delen, moet worden verbeterd, zodat veiligheidsdiensten kunnen reageren op waarschuwingssignalen.

Bovendien kunnen veiligheidsdiensten de manier waarop ze toezicht houden veranderen. Onderzoek toont aan dat het publiek de grootste bron van informatie is wanneer het aankomt op terrorisme en misdaad in het algemeen. Het feit dat de politie in 2015 en 2016 de aanvallen in Frankrijk en België niet kon stoppen, werd deels toegeschreven aan het feit dat ze geen contact hadden met (en dus geen informatie van) lokale gemeenschappen. Er zijn aanwijzingen dat regeringen een model van 'community-based' politiewerk moeten aannemen dat is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en partnerschap tussen de politie en de lokale bevolking. Dit leidt ertoe dat de lokale bevolking en de politie op natuurlijke wijze informatie uitwisselen die kan helpen bij het opsporen van problemen. Dit is echter een beleid dat moet worden toegepast op de hele bevolking (niet alleen minderheden) en gericht moet zijn op het daadwerkelijk creëren van vertrouwen en niet op het aanwerven van spionnen. Anders zal het een averechtse werking hebben en leiden tot meer wrok en wantrouwen tussen minderheden en de autoriteiten.

Lees vorige delen van de #MeAndMyRights serie


Natuurlijk kun je aanvoeren dat er zo veel mensen worden verdacht van connecties met gewelddadig extremisme dat het niet haalbaar is voor de veiligheidsdiensten om ze allemaal in de gaten te houden. Meer middelen voor gerichte surveillance kunnen helpen, maar waarschijnlijk is dat niet genoeg. Als dit waar is, moeten overheden ook kijken naar waarom en hoe mensen in eerste instantie kwetsbaar worden voor radicalisering tot gewelddadig extremisme. Als overheden het minder waarschijnlijk maken dat mensen zullen radicaliseren, zullen ze minder potentiële daders hebben om zich zorgen over te maken. Onderzoekers zijn het erover eens dat radicalisering tot gewelddadig extremisme een proces is van verschillende stadia.

Ten eerste zet woede over een onrecht een individu aan tot twijfelen over de bestaande sociale, wettelijke, economische of politieke orde. Dit kan een persoonlijke ervaring met discriminatie zijn (zoals het afgewezen worden voor een baan of gestopt worden door de politie op basis van etniciteit) of omdat ze zien dat hun gemeenschap lijdt. Dit kan zowel thuis zijn (wanneer ze wonen in achterstandswijken, met hoge werkloosheid, criminaliteit, slechte huisvesting, lage prestaties in het onderwijs) of in het buitenland (in het bijzonder wanneer westerse machten onderdrukkende dictaturen steunen of deelnemen aan conflicten in het Midden-Oosten).

Ten tweede vindt een identiteitscrisis plaats - soms worden mensen verscheurd tussen hun nationale identiteit en hun etnische of religieuze identiteit. Dit gebeurt vaker wanneer mensen het gevoel hebben dat ze geen deel uitmaken van de samenleving, bijvoorbeeld wanneer ze geen baan hebben, weinig opleiding genieten of gediscrimineerd worden door het publiek en de autoriteiten.

Ten derde, de eerste twee factoren samen maken een 'cognitieve opening' die de persoon ontvankelijk maakt voor een nieuw radicaliserend verhaal. Het is op dit punt dat het individu op zoek is naar antwoorden om inzicht te krijgen in de onrechtvaardigheid en isolatie die ze mogelijk ervaren. En dit is waar een recruiter of mentor in staat is om een kant-en-klare, goed gestructureerde rechtvaardiging te gebruiken, gebaseerd op selectieve en verdraaide interpretaties van heilige teksten, om zo de wereld als een conflict tussen de Islam en het joods-christendom te verklaren.

Lees vorige delen van de #MeAndMyRights serie

De vierde en laatste stap bestaat meestal wanneer het individu toetreedt tot een netwerk of een groep waar deze personen onderling worden geradicaliseerd, meestal onder toezicht van een mentor of recruiter. Het lijkt erop dat dit ook online kan gebeuren, waar een individu zichzelf blootstelt aan materiaal dat hem in staat stelt zichzelf te 'radicaliseren'. In deze fase verlaten individuen hun taboe op het doden van onschuldigen om toekomstige gewelddaden te rechtvaardigen.

Hoewel sommige regeringen zeggen dat ze proberen radicalisering tot gewelddadig extremisme te voorkomen, hebben ze de neiging zich alleen te concentreren op de laatste stadia, bijvoorbeeld door te proberen de verspreiding van indoctrinerende materialen op internet te stoppen. Dat wil zeggen, ze proberen te voorkomen dat recruiters de 'cognitieve opening' uitbuiten. Maar om mensen te vinden die radicaliseren, zouden ze toezicht moeten houden op hele gemeenschappen, wat weer zal leiden tot wrok, vervreemding en wantrouwen - allemaal factoren die bijdragen aan een milieu dat radicalisering bevordert.

In plaats daarvan zouden regeringen de grotere problemen moeten oplossen die in de eerste plaats leiden tot marginalisering en isolatie. En dit alles zou vereisen dat de autoriteiten hun bestaande mensenrechtenverplichtingen implementeren: gelijkheid tussen rassen bevorderen, discriminatie en haatmisdrijven strafbaar stellen, de toegang tot onderwijs en (niet-gesegregeerde) huisvesting verbeteren. Daarbij zou er voldoende rekening moeten worden houden met mensenrechtenverplichtingen in buitenlandbeleid. Dit zou de kans verkleinen dat individuen kwetsbaar worden voor radicalisering.

Dit wil niet zeggen dat radicalisering zou stoppen - er zullen altijd mensen zijn die kunnen worden overgehaald om geweld te gebruiken. Maar door het implementeren van mensenrechtenstandaarden zouden overheden waarschijnlijk een enorme impact hebben op de instroom van nieuwe rekruten, waardoor de veiligheidsdiensten een meer beheersbare taak krijgen.

Dit is de laatste aflevering van de #MeAndMyRights serie. Je hebt nu geleerd waarom massa-surveillance en etnische profilering niet het antwoord zijn op het bestrijden van terrorisme. We hopen dat jij je vrienden en familie kunt helpen begrijpen dat het belangrijk is dat overheden hun wettelijke verplichtingen naleven en mensenrechtennormen in praktijk brengen: dit is de beste manier om een veilige omgeving te creëren voor het iedereen.

Als je meer informatie wilt of eens wil kijken naar het bewijs en de onderzoeken die we gebruiken voor deze artikelen, kan je hier een kijkje nemen in ons volledige rapport 'Veiligheid door Mensenrechten' ('Security through Human Rights').