Integratie asielzoekers blijft in Bulgarije achterwege

Vluchtelingen die aan de grens worden geweigerd, discriminatie van asielzoekers en een gebrek aan integratiesteun zijn ontwikkelingen die zich in 2014 in Bulgarije voordeden. Het land heeft te maken met een grote toestroom van vluchtelingen.

Geen perspectief op integratie voor personen die internationale bescherming genieten, vluchtelingen die gedwongen worden terug te keren naar Turkije en discriminatie van asielzoekers uit de Maghreb en Afrika bezuiden de Sahara – het zijn enkele problemen die centraal staan in een nieuw Asylum Information Database-rapport over Bulgarije dat geschreven is door het Bulgarian Helsinki Committee (BHC).

In het rapport wordt 2014 een ‘‘jaar zonder integratie’’ genoemd. Erkende vluchtelingen kregen in Bulgarije vorig jaar geen integratiesteun, afgezien van een verblijf van zes maanden in opvangcentra nadat asiel was verleend. Als gevolg daarvan werd 23 procent van de individuen in opvangcentra (850 mensen) in januari 2015 erkend als vluchteling. Vluchtelingen hebben nog altijd maar zeer beperkt de mogelijkheid om sociale rechten en rechten op het gebied van werk en gezondheid te laten gelden. Hierdoor is hun bereidheid om zich permanent in Bulgarije te vestigen tot een minimum gedaald.

Het rapport wijst daarnaast op de 6400 vluchtelingen uit Syrië, Irak en Afghanistan die in 2014 aan de Bulgaars-Turkse grens zijn geweigerd en werden teruggestuurd naar Turkije. Sinds januari 2015 heeft Bulgarije haar grenscontroles opgevoerd en zijn politieagenten aan de grens vervangen door het militairen.

De omstandigheden in Bulgaarse asielzoekerscentra voldeden in 2014 aan de minimumnormen. Toch heeft vluchtelingenorganisatie UNHCR haar zorgen geuit over de houdbaarheid van de verbeteringen die zijn doorgevoerd. Met name omdat er eind vorig jaar 6873 asielzoekers op de lijst stonden om, overeenkomstig de Dublinverordening, terug te keren naar Bulgarije. In januari 2015 konden de opvang- en registratiecentra echter maximaal 5650 mensen huisvesten.

Het onderzoek richt zich ook op een andere zorgwekkende ontwikkeling: van alle mensen die in 2014 aan de grens asiel aanvroegen (3851 personen), werd 96% gedetineerd in het ‘toewijzingscentrum’ van Elhovo. Daar verblijven asielzoekers drie tot zes dagen voordat ze in opvangcentra worden ondergebracht. Dat is veel langer dan de door de Bulgaarse wet voorgeschreven 24 uur. De gemiddelde detentieduur in andere centra nam in 2014 wel af: van 45 naar 11 dagen.

Het BHC schrijft dat asielzoekers uit de Maghreb en Afrika bezuiden de Sahara ten aanzien van hun vrijlating en recht op internationale bescherming worden gediscrimineerd. In de detentiecentra worden de asielaanvragen van mensen uit deze regio’s door de autoriteiten na ondervraging geregistreerd en beoordeeld. Deze mensen worden alleen vrijgelaten als ze de procedures aanvechten en de rechter opdracht geeft hen vrij te laten.

Gemiddeld duurde het in 2014 zes maanden voordat er in zaken van asielzoekers een beslissing werd genomen. De asielaanvragen van Syrische asielzoekers (het merendeel van de asielzoekers in Bulgarije) werden voor ‘‘gegronde redenen’’ versneld behandeld en de helft van de vluchtelingen uit dat land kreeg ook asiel.