Nieuwe Poolse Politiewet schendt recht op privacy

Een nieuwe wet op bevoegdheden van de politie schiet tekort in haar bedoeling en breidt in plaats daarvan haar surveillancetaken uit ten koste van de rechten op privacy en rechtsmiddelen van burgers.
Het doel van de wet is om de de uitspraak van het Constitutioneel Hof uit te voeren dat er te weinig toezicht is op acties van de rechtshandhaving. Maar het wetsvoorstel voert niet alleen het oordeel van het Hof uit, maar introduceert ook nieuwe regels die het toezicht op burgers versterken.

Oordeel van het Hof

Het Constitutioneel Hof oordeelde dat de huidige regels rechtshandhavingsinstanties (politie) in staat stellen om met weinig toezicht toegang te krijgen tot telecommunicatiedata van burgers. Zij kunnen factuurgegevens van telecommunicatiebedrijven inzien - indirect, onbeperkt en onmiddellijk.

Het Hof beval in het bijzonder de introductie van onafhankelijk toezicht op het delen van dataservices en de onmiddellijke vernietiging van surveillancemateriaal als de inhoud onder professionele geheimhouding (het verschoningsrecht) valt. Daarbij werden de rechtbanken verplicht om de surveillancedata en -technieken nauwkeurig te overleggen bij het verkrijgen van toestemming.

Het Constitutioneel Hof oordeelde dat een persoon die onder toezicht staat, geïnformeerd dient te worden over de operationele activiteiten zodra ze beëindigd zijn en eiste dat een maximale tijdsduur van de surveillance bij wet wordt vastgelegd.

De uitspraak moet binnen achttien maanden geïmplementeerd worden, vandaar dat de nieuwe wet tegen februari 2016 aangenomen moet zijn.

Politiebevoegdheden

Maar het wetsvoorstel van december 2015 verbetert de huidige situatie niet. Ook wordt de uitvoering van de uitspraak van het Constitutioneel Hof niet gegarandeerd. Een aantal ernstigste tekortkomingen in het wetsvoorstel zijn de fictieve controle op de uitoefening van bevoegdheden en het gebrek aan bescherming van juridische vertrouwelijkheid. Het ontwerp is in zijn huidige vorm bijna een kopie van het exemplaar dat in de vorige kabinetstermijn werd voorgesteld.

Daarbij werd een aantal veranderingen voorgesteld ten opzichte van het vorige voorstel, bijvoorbeeld GPS tracking zou toegestaan zijn zonder voorafgaande toestemming; er is geen verplichting om surveillancemateriaal met daarin informatie die beschermd wordt door professionele vertrouwelijkheid direct te vernietigen (zoals journalistieke privileges en vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt); en surveillance activiteiten kunnen zelfs anderhalf jaar lang duren.

Bovendien werden de bevoegdheden van de politie uitgebreid tot het dekken van zogenaamde internetdata, die via IT-netwerken toegankelijk zouden zijn zonder verplichting om van te voren een aanvraag in te dienen.

Volgens Barbara Grabowska-Moroz, jurist bij de HFHR "is de reikwijdte van online gegevens groot genoeg om een reële dreiging te vormen dat ze bijvoorbeeld websitedomeinen of zelfs de inhoud van berichten zouden omvatten."

Recht op privacy

De HFHR gelooft dat zo'n situatie de rechten van het individu zou schenden. Nu nog is de goedkeuring van de procureur verplicht om online gegevens te verzamelen en degene wiens rechten zijn geschonden, mag een klacht indienen. Volgens het nieuwe voorstel kan een individu geen idee hebben - en er nooit achter komen - dat zijn of haar computer op die manier doorzocht werd.

Het voorstel introduceert fictieve controle in plaats van onafhankelijk toezicht; de politie zal jaarlijks rapport uitbrengen aan het hof, maar zelfs als er door de politie fouten worden gemaakt, zou de vernietiging van gegevens niet verplicht zijn.

Het voorstel omvat geen verplichting om burgers te informeren dat ze een aandachtspersoon waren en stelt hen niet in de gelegenheid om vragen te stellen over de activiteiten jegens hen.

Onverenigbaar

Het wetsvoorstel is onverenigbaar met zowel de uitspraak van het Constitutioneel Hof als het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie vernietigde de dataretentierichtlijn en onderstreepte dat het politieapparaat altijd verplicht is om een aanvraag bij de rechter in te dienen voor het verzamelen van welke telecommunicatiegegevens dan ook.

De HFHR heeft een juridisch commentaar gepubliceerd over zowel het voorstel uit 2015 dat door de senaat gesteund wordt, als het huidige wijzigingsvoorstel met betrekking op de mensenrechten. Het wees de bedreigingen aan die uitgaan van de nieuwe wet in verband met de situatie van een individu en de bescherming van het recht op privacy.