Veroordeeld door Straatsburg: België moet compassie tonen voor zieke buitenlanders

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft België schuldig bevonden aan onmenselijke en vernederende behandeling van een Georgisch burger die ernstig ziek was.
Het Straatsburgse Hof oordeelde op 13 december dat België schuldig was aan onmenselijke en vernederende behandeling (een schending van Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, of EVRM) tegen een ernstig zieke Georgische burger.
Het Hof oordeelde dat de Belgische staat ook zijn recht op privé- en familieleven (Artikel 8 van het EVRM) had geschonden door hem te deporteren naar zijn thuisland terwijl zijn vrouw en kinderen nog in België woonden.

De Belgische Ligue des Droits de l'Homme (LDH) heeft vaak en sterk de administratieve praktijken van de Dienst Vreemdelingenzaken afgewezen, betreffende de omstandigheden die een verblijfsvergunning kunnen rechtvaardigen door medische redenen.

De ernst van de ziekte wordt bepaald door middel van een medisch certificaat, zonder een bezoek aan de betrokkene. Verder moet de ziekte dusdanig ernstig zijn dat de dood van de patiënt binnen drie maanden verwacht wordt.

Vreemdelingenzaken kijkt alleen oppervlakkig naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van gezondheidszorg in het bestemmings- of herkomstland.

Rechten voor iedereen

Met haar uitspraak van 13 december in Paposhvili v. Belgium herdefinieerde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) deze overheidspraktijken die te vaak grondrechten schenden en de wil overschrijven van de wetgever om misbruik van verblijfsvergunningsaanvragen om medische redenen tegen te gaan.

De LDH merkt met enige opluchting op dat de schendingen in dit opzicht niet de hoofdvragen in kwestie niet doen ondersneeuwen. De herhaling dat de waarden van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het EVRM voor iedereen bedoeld zijn, zonder uitzondering, is de verdienste van het EHRM.

Zal het iets veranderen?

De LDH hoopt dat deze uitspraak zal leiden tot radicale veranderingen wat betreft overheidspraktijken.

We zijn echter bang dat de regering, samen met de Staatssecretaris voor Migratie en Asiel, weer eens de beslissing van het Hof zal respecteren, zoals al vaker het geval was voor uitspraken van het Straatsburgse Hof.

Er is een dringende noodzaak om de rechten van zieke migranten te waarborgen. Hun staat van kwetsbaarheid zou hen moeten beschermen van willekeurige en ongegronde beslissingen. Precies het tegenovergestelde gebeurt nu echter.

Het migratiebeleid kan niet de "rode lijn overschrijden" wat betreft het recht op leven, waardigheid en familieleven.