VN willen dat Spanje afziet van hervormingen die mensenrechten in gevaar brengen

Vijf speciale rapporteurs van de VN hebben Spanje opgeroepen af te zien van een reeks wetswijzigingen die niet stroken met internationale mensenrechtennormen.

Naar aanleiding van waarschuwingen van Rights International Spain (RIS) hebben vijf speciale rapporteurs van de VN-Mensenrechtenraad de Spaanse regering laten weten fel tegenstander te zijn van het wetsvoorstel op de openbare veiligheid (ook wel bekend als de ‘‘muilkorfwet’’), de hervormingen gerelateerd aan terrorismebestrijding en de voorgestelde hervormingen van het Wetboek van Strafrecht waardoor het recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering worden ingeperkt. Deze wetten zijn in behandeling in de Spaanse Senaat.

De speciale rapporteurs die hun zorgen hebben geuit zijn Maina Kiai, rapporteur inzake de vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering; David Kaye, rapporteur inzake de bevordering en bescherming van het recht op vrije meningsuiting; Ben Emmerson, rapporteur inzake de bevordering en bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden in de strijd tegen terrorisme; Michel Forst, rapporteur inzake de situatie van mensenrechtenactivisten en Michel Forst, rapporteur inzake de rechten van migranten.

In een recent persbericht maakt het vijftal duidelijk dat de genoemde wetswijzigingen ‘‘een bedreiging vormen voor de fundamentele rechten en vrijheden van individuen’’. Zij gaan er evenwel vanuit ‘‘dat Spanje alle nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat in de nationale wetgeving fundamentele rechten en burgerlijke vrijheden worden opgenomen, overeenkomstig de internationale normen’’.

Uitzetting, marteling en mishandeling

‘‘Het recht om vreedzaam te demonstreren en gezamenlijk een mening te verkondigen is essentieel voor een vrije en democratische samenleving’’, verklaren de rapporteurs. ‘‘Wij zijn bezorgd dat de voorgestelde hervormingen een antwoord zijn van de Spaanse regering en wetgevende organen op de vele openbare demonstraties die in de afgelopen jaren in Spanje hebben plaatsgevonden.’’

Het wetsvoorstel op de openbare veiligheid heeft ook betrekking op de speciale status van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla. De wet ‘‘kan de uitzetting ter plaatse van personen die het gevaar lopen te worden gemarteld of mishandeld, mogelijk maken. Dit gaat in tegen internationale mensenrechtenverdragen’’, stellen de deskundigen van de VN.

‘‘Gezien de gevolgen die dergelijke wetten kunnen hebben op de fundamentele rechten en vrijheden van burgers, moeten zij met zorg worden opgesteld en niet overhaastig worden aangenomen’’, concluderen de rapporteurs.

RIS heeft zich ten volle ingezet om te voorkomen dat deze wetten worden aangenomen. Samen met andere organisaties heeft de ngo van verschillende vertegenwoordigers van de regering, senatoren en andere parlementsleden geëist dat er bij de hervormingen rekening wordt gehouden met de beginselen van het internationaal recht inzake de mensenrechten. Geen van de benaderden heeft echter geantwoord. Daarom heeft RIS zich genoodzaakt gevoeld deskundigen van de VN – waarvan enkele hierboven zijn geciteerd – te informeren over de gevaren van de hervormingen.

‘‘Een belangrijke stap’’

Ten aanzien van de hervorming van het Wetboek van Strafrecht en de wet op de openbare veiligheid heeft RIS zich met name gewend tot de speciale rapporteur inzake het recht op vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering. De ngo heeft contact opgenomen met de rapporteur inzake de rechten van migranten omdat regeringspartij Partido Popolar een wijziging wil doorvoeren die uitzetting van migranten ter plaatse mogelijk maakt. Aan de rapporteur inzake de bevordering en bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden in de strijd tegen terrorisme heeft RIS zijn zorgen geuit met betrekking tot een aantal wetgevingsinitiatieven. Veel van de initiatieven zijn ook naar voren gekomen in de bijdrage die RIS heeft geleverd aan de vragen die zullen worden gesteld aan Spanje tijdens de beoordeling van het land door de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties later dit jaar.

Uitvoerend directeur van RIS, Lydia Vicente, is tevreden over het feit dat ‘‘veel van de beweringen van RIS en de vele andere mensenrechtenorganisaties in Spanje waarmee RIS nauw heeft samengewerkt, door de VN worden ondersteund. Dit is zonder twijfel een belangrijke stap en wij hopen dat de regering en de wetgevende organen rekening zullen houden met deze bevindingen en voldoen aan hun internationale mensenrechtenverplichtingen.’’