In Duitsland is nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in de maak

De Duitse regering werkt aan een nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens nadat de oude wet in 2010 door het Constitutioneel Hof ongrondwettig werd verklaard. Critici vrezen voor de grootschalige surveillance van de hele bevolking.

In 2010 verklaarde het Duitse Constitutioneel Hof de wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens uit 2008 ongrondwettig. In 2014 verklaarde het Hof van Justitie van de Europese Unie de overeenkomstige EU-richtlijn bewaarplichttelecommunicatiegegevens ongeldig. De Duitse regering beweert zich aan deze uitspraken te hebben gehouden, maar de autoriteit voor gegevensbescherming is het daar niet mee eens.

Welke gegevens worden opgeslagen?

Volgens het voorstel voor een nieuwe wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moeten internetproviders en telefoniebedrijven bijhouden wie wie belt, wanneer, hoe lang en waar de bellers zich bevinden. Telefoonnummers en IP-adressen (metadata) worden bewaard, maar niet de inhoud van gesprekken. In vergelijking met de wet uit 2008 is de duur van de bewaarplicht verkort. Zogenaamde verkeersgegevens mogen nog maar maximaal tien weken worden bewaard. Informatie over de locatie van bellers op basis van de dichtstbijzijnde mobiele antennemast – iets dat niet in de wet uit 2008 voorkwam – voor maximaal vier weken.

Waar schuilt het probleem?

Het probleem zit ‘m vooral in het feit dat het op grote schaal bewaren van persoonsgegevens resulteert in een enorme schending van grondrechten, wat alleen is toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De schending heeft betrekking op artikel 10 van de Duitse grondwet (briefgeheim), artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens) en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (recht op privacy).

De noodzaak om te handelen in strijd met artikel 10 van de Duitse grondwet moet altijd van te voren worden aangetoond. Critici hebben echter ernstige twijfels over de noodzaak om privégegevens van de hele bevolking te verzamelen. Zij stellen dat er geen bewijs is dat een bewaarplicht telecommunicatiegegevens bijdraagt aan het succesvol uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken. De Duitse politie en justitie zijn al ten dele in staat om informatie uit e-mails en Facebookprofielen te gebruiken.

Na de uitspraak van het Constitutioneel Hof uit 2010 moet de regering erop letten dat haar maatregelen over het geheel genomen niet moeten leiden tot alomvattende surveillance, zelfs als sommige van deze maatregelen afzonderlijk rechtmatig zouden zijn.

Dit is echter wel wat er in het wetsvoorstel wordt geopperd. En zo bestaat het gevaar dat de opgeslagen gegevens leiden tot wijdvertakte en zeer gedetailleerde reisprofielen. Uit dit soort profielen kunnen precieze conclusies worden getrokken over de privélevens van alle gebruikers van mobiele telefoons, bijvoorbeeld ten aanzien van dagelijkse gewoonten, veelbezochte plaatsen en sociale contacten.