Gebrandmerkt en mishandeld: Opnieuw een geval van politiegeweld in Bulgarije

Het mishandelen van een dief bezorgt Bulgarije opnieuw een veroordeling op voor het schenden van het artikel tegen martelen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft Bulgarije schuldig bevonden van het schenden van het verbod op marteling dat in Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is vastgesteld. De zaak Stoykov tegen Bulgarije betrof een gevangene die van diefstal was beschuldigd.

Geslagen en gebrandmerkt

Stoykov zit nu een straf uit in de gevangenis van Stara Zagora en was één van de drie mensen die beschuldigd werden van de diefstal van 1,8 miljoen Bulgaarse leva (ongeveer € 920.000) van Peshtostroy, een plaatselijke firma.

Een aantal dagen na de diefstal werd Stoykov thuis in Kazanlak aangehouden en per auto naar de stad richting de bergen gebracht, zoals hij later uitlegde. Hij zegt dat hij geslagen werd, met een aansteker werd gebrand en een mes onder zijn vingernagels kreeg om informatie van hem los te krijgen over de verbergplaats van het geld.

Hij verloor een aantal keer zijn bewustzijn tijdens de marteling. Een medische verklaring die de dag erna werd afgegeven vermeldt blauwe plekken, schaafplekken en andere verwondingen op verschillende lichaamsdelen.

Afgedwongen bekentenis?

Op 15 mei 2010 werd hij schuldig bevonden aan diefstal en tot zestien en een half jaar cel veroordeeld. Het Bulgaarse hof bepaalde dat hij niet gedwongen was om te bekennen en dat hij vrijwillig de politie had laten zien waar hij het gestolen geld verborgen had.

In november 2010 diende Stoykov een klacht in bij de hoofdofficier van justitie en het ministerie van Binnenlandse Zaken waarin hij stelde dat hij in februari 2009 onderworpen was aan mishandeling.

Het regionale parket weigerde om de betrokken politieagenten strafrechtelijk te vervolgen en de officier van het gerechtshof nam de definitieve beslissing om het besluit van de regionale officier van justitie te handhaven.

‘Alweer een uitspraak’

Het EHRM merkte op dat, hoewel het niet de authenticiteit van Stoykovs woorden over de wijze waarop hij gemarteld was kon verifiëren, de informatie over zijn verwondingen in de medische verklaring met alles klopten wat hij had beschreven, inclusief bloedstolsels onder zijn vingernagels.

“Deze uitspraak van het Hof in Straatsburg komt bovenop een andere uitspraak tegen Bulgarije vanwege politiegeweld,” zei Krasimir Kanev, voorzitter van het Bulgaarse Helsinki Comité. “Bovendien vindt het Hof dat er sprake is geweest van marteling. Dit vereist gerechtelijke vooronderzoeken, snel en effectief onderzoek van de zaak en het berechten van overtreders.”

Het EHRM kende in deze zaak geen compensaties toe of vergoedingen – de aanvrager vroeg niet om financiële compensatie voor immateriële schade. Wel vroeg hij om compensatie voor vermogensschade ten bedrage van het loon dat hij ontvangen zou hebben als hij niet gevangen had gezeten, maar de rechtbank vond geen verband tussen de schendingen en de vermeende vermogensschade.