Roemenië gebruikt aanslagen in Parijs als excuus om massasurveillancewetten te herintroduceren

De Roemeense burgermaatschappij is bezorgd om de plannen van de Roemeense regering om op korte termijn wetten te herintroduceren die massasurveillance van de bevolking mogelijk maken en die mensenrechten schenden.

In het kader van de terroristische aanslagen in Parijs, heeft het Roemeense ministerie voor Communicatie en de Informatiemaatschappij ‘‘als urgente zaak’’ opgeroepen tot de oprichting van een inter-institutionele werkgroep met als doel een reeks wetten, die grootschalige surveillance van de hele bevolking mogelijk maken, op de politieke agenda te krijgen – ook al zijn dergelijke wetten in de afgelopen jaren zowel door het Europees Hof van Justitie als het Roemeense Constitutioneel Hof verworpen.

Het gaat onder meer om de wet op het bewaren van gegevens van telefoon- en internetgebruikers – de zogenaamde Big Brotherwet – en de wet op de registratie van gebruikers van Wi-Fi-netwerken en prepaid simkaarten. In de ogen van de Roemeense autoriteiten heeft het afschaffen van deze wetten gezorgd voor een ‘‘rechtsvacuüm’’, wat het land kwetsbaarder maakt voor terroristische aanslagen.

De Association for the Defense of Human Rights in Romania - het Helsinki Committee (APADOR-CH) heeft samen met enkele andere ngo’s in een open brief aan het ministerie duidelijk gemaakt dat de Roemeense staatsinstellingen al meer dan een half jaar op de hoogte zijn van dit rechtsvacuüm. De oproep tot een inter-institutionele werkgroep om op korte termijn de Big Brotherwet te herinvoeren, is dan ook een absurde maatregel die bouwt op gemaakte fouten en daarnaast grondrechten inperkt: als er al nieuwe maatregelen nodig zijn, dan moeten die er komen op basis van een professionele, grondige analyse en een proces waar alle belanghebbende partijen bij zijn betrokken.

De haast waarmee de regering ongrondwettige wetten wil (her)introduceren, laat eens te meer zien dat de Roemeense autoriteiten ten aanzien van dit soort besluiten zowel de privésector als het maatschappelijk middenveld links laten liggen. In deze haast wordt bovendien voorbijgegaan aan enkele essentiële zaken:

1. Frankrijk – het land waar op 7 januari de aanslagen plaatsvonden die de aanleiding vormen voor de huidige ‘rusteloosheid’ van de Roemeense regering – heeft tal van antiterreurwetten (waaronder wetten op de bewaring van dataverkeer en de registratie van prepaid simkaarten). Dit heeft de aanslagen echter niet kunnen voorkomen. Bovendien hebben bekende Franse politici zich verstandiger getoond, door het idee van het maken van wetten op basis van emoties af te wijzen.

2. Iedere wet met als specifieke doel om dataverkeer te bewaren, gaat waarschijnlijk in tegen grondrechten. Afgezien daarvan bewaren aanbieders van communicatiediensten het dataverkeer toch al voor commerciële doeleinden. Toegang tot de gegevens kan worden bewerkstelligd door eenvoudigweg artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering te verduidelijken.

3. De Big Brotherwetten werden in juli 2014 door het Constitutioneel Hof afgeschaft. De aanslagen in Frankrijk worden gebruikt als excuus om snel wetten op de agenda te krijgen die geen rekening houden met de grondrechten.

Iedere noodverordening op dit gebied, die directe invloed heeft op de grondrechten van burgers, zou volgens de Roemeense grondwet ongrondwettig zijn.

Een tragedie moet niet worden aangewend als excuus voor het inperken van vrijheden en het ontlopen van uitspraken van het Constitutioneel Hof.