NJCM steunt wetsvoorstel recht op eerlijk proces in de Nederlandse Grondwet

Het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter is van fundamenteel belang in een democratische rechtsstaat. Een dergelijk algemeen grondrecht is niet in de Nederlandse Grondwet gewaarborgd.

Het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter is van fundamenteel belang in een democratische rechtsstaat. De rechter biedt rechtsbescherming in geschillen tussen burgers en de overheid en tussen burgers onderling. Een dergelijk algemeen grondrecht is niet in de Nederlandse Grondwet gewaarborgd.

In november 2010 verscheen het rapport van de Staatscommissie Grondwet (Staatscommissie). De Staatscommissie adviseerde unaniem dat het recht op een eerlijk proces en het recht op toegang tot de rechter moeten worden toegevoegd aan de Grondwet. Naar het oordeel van de staatscommissie is er een lacune in de waarborg van rechtsbescherming van individuele burgers en rechtspersonen op grondwettelijk niveau. Er is daarnaast onvoldoende bescherming in een ieder verbindende verdragsbepalingen. Met name de rechtsbescherming tegen overheidshandelen is volgens haar minder volledig dan wenselijk is. Naar aanleiding van het rapport nam de Eerste Kamer een motie aan waarin de regering is gevraagd een voorstel tot wijziging van de Grondwet voor te bereiden, dat ertoe strekt een artikel op te nemen, waarbij een algemeen recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter wordt opgenomen.

Het kabinet komt nu met een wetsvoorstel dat ertoe strekt het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter binnen een redelijke termijn op te nemen in de Grondwet, alsmede het daaraan inherente recht op toegang tot de rechter te waarborgen en aldus de individuele rechtsbescherming op grondwettelijk niveau te garanderen.

Er is voor gekozen om dit recht op te nemen in hoofdstuk 1 van de Grondwet over grondrechten en te formuleren als een subjectief (grond)recht dat de burger een bepaalde aanspraak geeft jegens de wetgever en rechter. In artikel 17 van de Grondwet wordt de volgende bepaling opgenomen: “Ieder heeft recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.”

Consultatie NJCM

Het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) is gevraagd om advies uit te brengen inzake het wetsvoorstel. Het NJCM is met het kabinet van mening dat het opnemen van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet een toegevoegde waarde heeft naast internationale bepalingen die een dergelijk recht garanderen (art. 6 EVRM en art. 47 Handvest), onder meer omdat het recht nu voor alle rechtsgebieden wordt verankerd. Het recht op een eerlijk proces, en het daaraan inherente recht op toegang tot de rechter, is een noodzakelijke voorwaarde om andere grond- en mensenrechten effectief te beschermen. Het NJCM steunt dit initiatief van harte. Wel heeft het NJCM enkele vragen en opmerkingen bij het voorstel en de Memorie van Toelichting.

Opmerkingen NJCM

Gekozen is voor een formulering waarbij enkele kernelementen van het recht expliciet worden genoemd, terwijl andere aspecten niet letterlijk terugkomen. Dat heeft het voordeel van helderheid. Een nadeel kan echter zijn dat de bepaling op deze wijze een minder stevige fundering biedt en een minder effectieve functie vervult in het verschaffen van rechtsbescherming aan individuen. Het NJCM is niet geheel overtuigd van het argument dat een dergelijke opsomming minder goed past bij het sobere karakter van de Grondwet. Er is nu voor gekozen een aantal specifieke aspecten van het recht op een eerlijk proces – onafhankelijkheid, onpartijdigheid, redelijke termijn – in de bepaling op te nemen. Andere aspecten, zoals “equality of arms”, het recht op hoger beroep en het recht op rechtsbijstand, zijn daarin echter niet opgenomen. De keuze om diverse elementen van het recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter niet in de bepaling zelf op te nemen verdient nadere overweging en motivering, zeker gezien de waarde die het EHRM hieraan toekent.

De Memorie van Toelichting legt op enkele punten sterk de nadruk op de mogelijke beperkingen van het recht op een eerlijk proces, zoals in verband met het recht op rechtsbijstand en het recht op hoger beroep. Het voorstel lijkt op dat punt als het ware te willen vastleggen dat bestaande of aanhangige wetgeving aan het recht op een eerlijk proces voldoet. Het NJCM hecht eraan te benadrukken dat het altijd mogelijk is dat het EHRM daar in een concrete situatie anders over denkt. Zo kan de regeling voor hoger beroep in strafzaken, die in de Memorie wordt verdedigd, momenteel zelfs reeds in strijd komen met het EVRM. Bovendien biedt het EVRM slechts minimumnormen en laat het Hof nationale staten op sommige punten veel vrijheid; het grondwettelijk recht op een eerlijk proces hoeft niet op dat minimumniveau te blijven. De op sommige punten sterke nadruk op mogelijke beperkingen van het recht op een eerlijk proces, zeker in combinatie met het impliciet of expliciet verdedigen van het huidige kabinetsbeleid, doet naar het oordeel van het NJCM af aan de normatieve kracht van het voorstel dat juist het huidige tijdgewricht moet overstijgen.

Het recht op een eerlijk proces is in het huidige voorstel niet begrensd naar bepaalde typen rechtsbetrekkingen. De Staatscommissie achtte een dergelijke begrenzing wel aangewezen, omdat dan duidelijker wordt ter zake waarvan de waarborgen voor een eerlijk proces gelden. De Staatscommissie stelde voor het recht te beperken tot ‘ieder wiens door het recht beschermde belangen worden getroffen’. Het NJCM adviseert het kabinet om duidelijk te maken waarom deze formulering niet over is genomen.

Constitutionele toetsing door rechter

Tot slot wijst het NJCM er op dat deze grondwettelijke bepaling een belangrijke rol kan spelen in de versterking van de normatieve rol van de Grondwet, maar dat het daarvoor tevens essentieel is om het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet af te schaffen. Het NJCM maakt van deze gelegenheid gebruik om zijn steun uit te spreken voor het Initiatiefvoorstel-Van Tongeren tot wijziging van de Grondwet in verband met constitutionele toetsing door de rechter.