Boete voor de Litouwse Staat voor schending van asielrecht

Vanwege de onrechtmatige opsluiting van twee minderjarige Afghaanse vluchtelingen legt de rechtbank van Vilnius de Litouwse Staat een boete op voor het schenden van het recht op asiel.

Vandaag heeft de rechtbank van Vilnius bepaald dat de Litouwse Staat met de onrechtmatige opsluiting van twee Afghaanse burgers onjuist heeft gehandeld. De slachtoffers krijgen een schadevergoeding van omgerekend ongeveer 6.342 euro uitgekeerd.

Het Human Rights Monitoring Institute (HRMI) en het Litouwse Rode Kruis, die gezamenlijk namens de Afghanen zijn opgetreden, hebben de rechtbank op 26 november 2013 op deze zaak gewezen. De jongens, die beweerden slechts 14 en 17 jaar oud te zijn, werden op 4 april 2013 in het district van Ignalina opgepakt door grenswachters nadat zij samen de Litouwse grens hadden overgestoken.

De jongens waren hun door oorlog verscheurde land ontvlucht en vroegen asiel aan in Litouwen. Ook al schrijft zowel internationale als nationale wetgeving voor dat asielzoekers geen strafbaar feit begaan als zij illegaal een grens oversteken, heeft Litouwen hier geen gehoor aan gegeven. Er werd een vooronderzoek naar het incident ingesteld en beide jongens werden drie maanden vastgezet in de Lukiškės gevangenis tussen volwassen mannen. Daar werden hun rechten geschonden en moesten zij onder meer vernedering en beledigingen doorstaan.

''Dit is niet de eerste keer dat Litouwen vluchtelingen vervolgd die het land zijn binnengekomen. Dit is echter wel de eerste keer dat de Litouwse Staat schuldig is bevonden aan het schenden van het recht op asiel en andere mensenrechten - en hiervoor ook moet boeten. Zolang de opvang van vluchtelingen in Litouwen niet goed geregeld wordt, is het zeer waarschijnlijk dat dit soort zaken zal blijven toenemen'', verklaarde de juridisch directeur van het HRMI Jūratė Guzevičiūtė.

Deze zaak brengt nog een ander probleem in Litouwen onder de aandacht: misbruik van voorarrest. Rechters in Litouwen maken maar al te graag gebruik van deze maatregel - die in werkelijkheid neerkomt op een gevangenisstraf - aangezien 95% van de aanvragen van de aanklager voor opsluiting wordt goedgekeurd.

In Litouwen wordt vaak op haastige wijze overgegaan tot voorarrest, zonder rekening te houden met de unieke situatie van de betrokken persoon, zijn kwetsbaarheden en andere omstandigheden. ''Ook in dit geval werden de Afghaanse jongens opgesloten zonder dat alle feitelijke en juridische omstandigheden in overweging waren genomen. Ook al werden zij eerst schuldig bevonden, uiteindelijk zijn ze door de rechter toch vrijgesproken dankzij de effectieve juridische tussenkomst van het Litouwse Rode Kruis. Dat beteken dat de jongens meer dan drie maanden onrechtmatig hebben vastgezeten'', besluit Guzevičiūtė.