Pools cannabisverbod blijft van kracht

Huidige Poolse wetgeving die het bezit en het kweken van cannabis verbiedt, is volgens het Constitutioneel Hof grondwettig, maar wetgeving die op dit gebied zou zorgen voor legalisering zou echter niet per se ongrondwettig zijn.

In 2011 vond de Poolse politie in het appartement van L.P. wietplanten en geteelde en gedroogde wiet. Een regionale rechtbank legde hem een voorwaardelijke gevangenisstraf op. L.P. vocht zijn straf aan bij het Constitutioneel Hof en voerde hierbij aan dat de wetsbepalingen tegen drugsbezit ongrondwettig zijn omdat ‘‘het verbod op het telen en bezit van cannabis ten aanzien van het nemen van beslissingen de sterkst mogelijke beperking oplegt aan de individuele autonomie en het recht van het individu op controle over zijn persoonlijke leven schendt’’.

Het Hof deelde zijn zienswijze niet en stelde dat de bescherming van het recht op privacy en iemands beslissingsbevoegdheid niet absoluut zijn en deze ingeperkt kunnen worden als het noodzakelijk is om andere belangen te beschermen, bijvoorbeeld de volksgezondheid.

In zijn motivering van de uitspraak maakte het Hof echter duidelijk dat wetgeving die het bezit van cannabis legaliseert, grondwettig zou kunnen zijn. ‘‘De besluiten van de wetgever dienen te berusten op veelzijdig onderzoek, de evaluatie van bestaande oplossingen, de analyse van binnen het drugsbeleid relevante gegevens en factoren en de ervaringen van andere landen’’.

In 2011 voerde het Poolse parlement een wijziging door aan de wet tegen drugsverslaving door een artikel toe te voegen op basis waarvan strafrechtelijke procedures kunnen worden stopgezet als er sprake is van bezit van een ‘verwaarloosbare hoeveelheid’ cannabis voor persoonlijk gebruik.

‘‘De uitspraak van het Constitutioneel Hof verandert niets [aan van de wet uit 2011]’’, zegt advocaat bij de Helsinki Foundation for Human Rights, Piotr Kubaszewski. ‘‘Er bestaan nog steeds verschillende interpretaties over wat een ‘verwaarloosbare hoeveelheid’ inhoudt, wat ook tot uiting komt in het kleine aantal strafzaken dat aan de hand van deze bepaling is stopgezet.’’