Hoofddoekjes leggen in Tsjechië angst voor verscheidenheid bloot

Recentelijk is er in Tsjechië een debat losgebasten over het dragen van hoofddoekjes op school. Veel deskundigen en bloggers roepen op tot een verbod, maar dat zou een schending zijn van de mensenrechten.

Tsjechen die tegen het dragen van hoofddoekjes zijn hebben in opiniestukken gewezen op de manier waarop er in West-Europese landen is omgesprongen met het verbod op hoofddoekjes in het publieke domein. In Frankrijk en België zijn met goedkeuring van het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) alle sluiers die het gezicht geheel bedekken verboden. Dit zijn echter de enige twee Europese landen waar dit het geval is, en het verbod beperkt zich tot de nikab en de burka, niet de haarbedekkende doek (hijab), die in Tsjechië ter discussie staat. Deze landen kunnen niet als voorbeeld dienen voor een verbod op het dragen van religieuze symbolen overeenkomstig het internationale recht. In tegendeel, het EHRM heeft verschillende malen het belang van godsdienstvrijheid benadrukt, waaronder het publiekelijk uiting kunnen geven aan godsdienstbeleving. De schrijvers van de opiniestukken hebben ook het Duits Constitutioneel Hof geciteerd, maar vergaten daarbij te vermelden dat dit hof uiteindelijk overeenstemming heeft bereikt met een Duitse leraar die les wilde geven met een islamitische hoofddoek op. Zoals ook de Tsjechische ombudsman heeft aangegeven, kan een verbod op het dragen van zo’n hoofddoek niet zonder adequate wetgeving worden opgelegd.

De League of Human Rights is van mening dat het inperken van de godsdienstvrijheid zelfs niet kan worden gerechtvaardigd door een onvrijwillige emancipatie van moslimvrouwen. Een eurocentrische houding waarbij onderdrukte moslimvrouwen als incompetent en machteloos worden beschouwd en de Westerse liberale democratie wordt opgevoerd als verlossing, verergert slechts hun ongelijke status binnen de maatschappij.

Beelden van brandende auto’s in de banlieues van grote steden worden vaak tevoorschijn getoverd om te waarschuwen tegen Europese immigratie. Maar het is onjuist om een parallel te trekken tussen de islam en gewelddadige onlusten. Wil de integratie van allochtonen een kans van slagen hebben, dan moeten de pijlen worden gericht op het onderwijssysteem. De League of Human Rights maakt zich hard voor inclusief onderwijs, oftewel scholen die in staat zijn om te gaan met verscheidenheid en dit ook als iets positiefs ervaren. Het is een antwoord op het huidige starre Tsjechische schoolsysteem, dat gelijkheid nastreeft maar in werkelijkheid sociale ongelijkheid opnieuw bevestigt en zelfs versterkt. Uitsluiting van school enkel en alleen wegens het dragen van een hoofddoek gaat in tegen de inspanningen voor een geslaagde integratie.

De Tsjechische samenleving moet eerst vaststellen of het opleggen hoe mensen zich moeten kleden onderdeel uitmaakt van de nationale identiteit, en of deze identiteit in gevaar wordt gebracht door schoolmeisjes met een hoofddoek. Als de kleding van nonnen of joden geen probleem is, waarom die van moslims dan wel? Volgens de League of Human Rights gaat hier een angst voor verscheidenheid achter schuil, die mogelijk natuurlijk is, maar niet kan worden aangepakt zolang hij niet wordt erkend.

Dit opiniestuk verscheen op 9 september in de krant Lidové Noviny als reactie op een online opiniestuk van een viertal auteurs.