'Jesus in jeans' zaak: wanneer vrijheid van meningsuiting zomaar wordt beperkt

Door advertenties te verbieden waarin Jesus en Maria worden afgebeeld, heeft Litouwen op onredelijke wijze de vrijheid van meningsuiting beperkt.

De Litouwse autoriteiten hebben onredelijk gereageerd toen ze Sekmadienis Ltd. een boete oplegden vanwege advertenties waarin mensen als religieuze figuren waren afgebeeld. Dit zegt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Sekmadienis Ltd. t. Litouwen. Het argument van de staat, namelijk dat het enkel de gevoelens van gelovigen wilde beschermen, overtuigde de rechters niet.

'Wat een jurk!'

De verboden posters laten jonge mensen zien die kleding dragen van ontwerper R. Kalinkinas' collectie, met de slogans "Jesus wat een broek!", "Heilige Maagd Maria, wat een jurk!" en "Jesus en Maria, wat hebben jullie aan?!" eronder.

Kalinkinas

Advertenties voor Robertas Kalinkinas' collectie

In November 2012 vond de Staatsinspectie voor niet-voedingsproducten dat de advertenties religieuze symbolen gebruikten in een oneerbiedige en ongepaste manier, en dat ze daarom konden worden gezien als beledigend voor de publieke eer en waardigheid.

Boete: €579

Met verwijzing naar deze bevindingen oordeelde de autoriteit voor consumentenbescherming dat de advertenties de wet op reclame met betrekking tot de openbare zeden had overtreden. Daarom kreeg het bedrijf een boete van 2000 litas (€ 579).

Sekmadienis Ltd. probeerde in beroep te gaan tegen de boete, maar was daarin niet succesvol. Het definitieve vonnis van de hoogste administratieve rechtbank van Litouwen heeft de boete gelaten zoals die was, met het argument dat religieuze symbolen ongepast werden gebruikt in de advertenties. Volgens de rechtbank was de vorm van adverteren die was gekozen door de aanvragende onderneming, niet in overeenstemming met de goede zeden en met de beginselen van het respecteren van de waarden van het christelijk geloof en de heilige symbolen ervan.

In oktober 2014 diende het Human Rights Monitoring Institute namens de ontwerper een zaak in bij het EHRM, vanwege een schending van de vrijheid van meningsuiting.

EHRM niet overtuigd

Na onderzoek van de zaak constateerde het EHRM dat Litouwen de vrijheid van meningsuiting van Sekmadienis Ltd. op onredelijke wijze had beperkt en dat aldus artikel 10 (vrijheid van meningsuiting) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) was geschonden.

Het Hof in Straatsburg had scherpe kritiek op de redenen van de Litouwse reclameautoriteit en de nationale gerechtshoven om de beroepen tegen de geldboete af te wijzen. Volgens het EHRM waren de argumenten van de autoriteiten declaratief en vaag en legden ze onvoldoende uit wat precies zo aanstootgevend was aan deze advertenties.

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben de Litouwse autoriteiten geen goede afweging gemaakt tussen de noodzaak om de gevoelens van gelovigen te beschermen en de vrijheid van meningsuiting van de aanvrager. Hierbij werd namelijk alleen prioriteit gegeven aan de gevoelens van gelovigen.

De mening van rechter De Gaetano was nog strenger dan die van de meerderheid: "In het onderhavige geval was er niets in de drie betreffende advertenties (die trouwens nog steeds online kunnen worden bekeken), dat bij enige strekking van de verbeelding kan worden beschouwd als aanstootgevend, laat staan als enige vorm van belastering van religie of religieuze symbolen, en dat geïnterpreteerd kan worden als een rechtvaardige beperking omwille "de bescherming van ... de rechten van anderen".

Volgens de rechter was er überhaupt geen reden dat deze zaak de aandacht van de autoriteiten had moeten trekken.

Het bedrijf dat de advertentie heeft gemaakt, heeft € 580 aan schadevergoeding ontvangen.