Er wordt in Litouwen nog steeds niks gedaan aan seksistische en haatdragende uitingen

Er is in Litouwen nog steeds geen regelgevende instantie die informatie controleert die op basis van geslachtsidentiteit discriminerend en neerbuigend is.
De UN CEDAW (het verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen) heeft Litouwen al eerder op de vingers getikt vanwege publicaties in de media die vrouwen vernederen, maar toch heeft het land nog geen maatregelen genomen om seksistische, haatdragende uitingen te bestrijden.

“Hoe herken je een slet?” vraagt de anonieme schrijver van een artikel in één van de grootste Litouwse online nieuwssites. “Meiden lijken alleen in het begin fatsoenlijk. Maar de waarheid is anders – er zitten veel losbandige jonge dames bij. Hoe voorkom je dat je voor één van hen valt?”

Zonder maar één belediging te sparen gaat het artikel verder met het onderzoeken van het vermeende immorele gedrag van de dames – hoe ze op social media praten, hoe ze zich op feestjes gedragen en wat voor meisjes je als man zou moeten vermijden.

Seksistische uitlatingen als machtsmiddel

Genderdeskundige Margarita Jankauskaite zegt dat neerbuigende seksuele etiketjes een sterk wapen zijn om vrouwen te straffen voor elke poging om thuis tegen het patriarchaat in te gaan of hun eigen autonomie als mensen te bevestigen.

“Het staat iedereen in wezen vrij om een vrouw op deze manier een etiket op te plakken, omdat het niet zozeer iets zegt over wat vrouwen doen, maar veel meer over de vooroordelen en interpretaties van de observant. Dit soort artikelen dienen alleen om de objectivering van vrouwen aan te moedigen en normaal te vinden.”

Volgens Jankauskaitė wordt de tweedeling heilige of hoer (de kuise Maria en de zinnelijke, wellustige Eva) in de Litouwse cultuur systematisch misbruikt om vrouwelijke onderwerping en macht over haar te verankeren:

“Als iemands identiteit in een binaire structuur wordt geduwd waarin bepaalde kenmerken worden benadrukt, is er geen ruimte over om menselijkheid uit te drukken. Discussies van deze aard geven vrouwen geen kans om volwaardige menselijke wezens te zijn – om het gezag te hebben over hun eigen lichamen, verlangens, handelen en keuzes.”

Gebrek aan toezicht op de media

In 2014 luidde het VN Comité inzake de uitbanning van discriminatie ook al de klok om zijn zorgen te uiten over publicaties in de Litouwse media die neerbuigend doen over vrouwen. Helaas is er in Litouwen geen gezaghebbende instantie verantwoordelijk voor het toezicht houden op discriminerende en neerbuigende informatie, gebaseerd op geslacht.

Het Bureau voor de Ombudsman voor Gelijke Kansen onderzoekt geen klachten over gedrag van de media. Twee instanties zijn in staat om entiteiten opdracht te geven om onethische publicaties te verwijderen en om sancties op te leggen – het Bureau van de Inspecteur van Journalistieke Ethiek en het Ethiekverbond voor Openbare Informatie.

Helaas zijn er geen juridische voorzieningen die publicaties van deze aard direct verbieden. Ook de Ethische Code van Journalisten en Uitgevers rept met geen woord over de vernederende behandeling op basis van geslacht.

Terwijl de verouderde Code uit 2005 dit jaar aan een herziening toe is, is het onduidelijke of de principes van geen discriminatie en geslachtsgelijkheid in de nieuwe editie worden opgenomen.

Onderzoek

Het Human Rights Monitoring Institute nam contact op met alle drie instellingen en vroeg hen om de informatieverspreider te verplichten om de vernederende publicatie te verwijderen.

Verder kwam er een voorstel om principes om niet te discrimineren op basis van geslacht in de nieuwe Ethische Code, om een database op te zetten met daarin de toezichtresultaten van dit soort informatie en journalisten en het publiek van informatie te voorzien over hoe zulke artikelen zowel onethisch als schadelijk voor vrouwen en hun rol in de maatschappij zijn.