Mensenrechtensituatie Ierland voldoet niet aan internationale normen

In dit opiniestuk laat de voorzitter van de Irish Council for Civil Liberties zien dat de mensenrechtensituatie in Ierland, ondanks tal van aanbevelingen van verdragsorganen, slecht voldoet aan de internationale mensenrechtennormen.

Ieder opeenvolgend Europese en werelwijd monitoringproces heeft de waarheid een stukje dichterbij gebracht, net zo lang totdat duidelijk werd hoe slecht het gesteld is met het respect dat Ierland heeft voor de mensenrechten.

Van welk perspectief je ook kijkt, de schaduw die geworpen wordt op de mensenrechtensituatie in het land is lang en donker: de barbaarse operatiemethode symfysiotomie; de behandeling van de overlevenden van de Magdalene laundries (katholieke instellingen waar meisjes en vrouwen – vaak ongetrouwde moeders of hun dochters – soms jarenlang of zelfs hun hele leven te werk werden gesteld); het gebrek aan veilige en legale abortus. Van sommige essentiële kenmerken is überhaupt geen sprake: er is nog altijd geen onafhankelijk toezicht op de omstandigheden op politiebureaus of op de behandeling van mensen met beperkingen, terwijl economische, sociale en culturele rechten nog steeds geen onderdeel uitmaken van de Ierse grondwet.

Sinds 2013 is Ierland een volledig lid van de VN-Mensenrechtenraad, een positie waarin het land nog tot het eind van dit jaar zal verkeren. In die hoedanigheid heeft Ierland belangrijk leiderschap getoond naar het buitenland, maar daar stonden onvoldoende verbeteringen op het gebied van de mensenrechten tegenover in eigen land. Samen met haar partners heeft de Irish Council for Civil Liberties gevolgd in hoeverre Ierland zich houdt aan de normen die het land tijdens zijn lidmaatschap van de Mensenrechtenraad zelf internationaal promoot.

Uit een analyse van de aanbevelingen die in de afgelopen jaren voor Ierland waren bestemd, wordt een algehele omzettingsachterstand zichtbaar.

Ierland is geen land waar de autonomie en lichamelijke integriteit van vrouwen wordt gerespecteerd. Telkens als er overduidelijk bewijs aan het licht komt van misstanden, is het de reflex van de Ierse staat om zijn eigen belangen te beschermen, in plaats van te zorgen voor gerechtigheid en schadeloosstelling. Tegengesteld aan de aanbevelingen van de VN-Mensenrechtencommissie, hebben 80-jaar oude slachtoffers van symfysiotomie moeten kiezen tussen het kwijtschelden van de schuld van hun misbruikers in ruil voor geld en een juridische strijd om op te komen voor hun rechten.

De weinig nog levende voormalig bewoners van de Magdalene laundries zijn monddood gemaakt, en herhaaldelijke oproepen van het VN-Comité tegen foltering voor een onafhankelijk onderzoek naar hun behandeling, zijn door de Ierse regering genegeerd. Vanaf het moment dat een vrouw in Ierland zwanger raakt, schrijft de Ierse wet voor dat zij afstand moet doen van haar recht om te bepalen of zij de zwangerschap wil uitdragen.

Ierland loopt niet warm voor het optuigen van doeltreffende verantwoordingsmechanismen. Twee belangrijke VN-verdragen ten aanzien van het monitoren van mishandeling in detentie en ten opzichte van de rechten van mensen met beperkingen, werden in 2007 in beginsel door Ierland aanvaard, maar geen van de bepalingen uit de verdragen zijn sindsdien in wetgeving omgezet. Naleving van beide verdragen zou op nationaal niveau zorgen voor onafhankelijke toezichtmechanismen die de internationale toetsing met maatregelen ter plaatse zou versterken.

De belangrijkste redenen voor Ierlands achterblijvende prestaties op het gebied van de mensenrechten zijn ook naar voren gekomen. De voorzitter van de VN-Mensenrechtencommissie Nigel Rodley verwees afgelopen zomer naar een van deze redenen in zijn samenvatting van de periodieke beoordeling van Ierland. ‘‘De Magdalene laundries, de tehuizen voor moeders en babies, het kindermisbruik, de symfysiotomie, dat is geen misselijke opsomming van misstanden – misstanden die dusdanig lang hebben voortgeduurd dat het moeilijk is voor te stellen dat de regeringspartijen dit hebben getolereerd. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze misstanden niet los staan van de geloofsovertuigingen die heersten binnen de regering.’’

Afgezien van de invloed van godsdienst, heeft het Ierse juridische onderwijs nagelaten een grondige kennis van de internationale mensenrechtennormen bij te brengen aan een hele generatie advocaten die nu invloedrijke posities bekleden. De aard en omvang van Ierlands internationale verplichtingen is te vaak lichtzinnig en ten onrechte van de hand gewezen door artsen en rechters die vastklampen aan de comfortabele deken van grondwettelijke beginselen die decennia geleden zijn vastgelegd.

Het grootste euvel is echter dat het onwaarschijnlijk is dat de mensenrechtensituatie in Ierland er aanzienlijk op vooruit gaat, zolang de operationele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van aanbevelingen van verdragsorganen niet duidelijk is toegewezen.

Toch is er enige aanleiding tot optimisme aangezien de minister van Buitenlandse Zaken, Charlie Flanagan, recentelijk zijn intentie kenbaar heeft gemaakt om ‘‘te zorgen voor een scherpere visie en meer samenhang’’ door een interministeriële mensenrechtencommissie aan te stellen die wordt voorgezeten door een staatssecretaris. Als zij een sterk mandaat krijgt toegewezen en bestaat uit hoge vertegenwoordigers van alle ministeries, kan zij ertoe bijdragen dat Ierland straks met grotere trots kan terugblikken op de nalatenschap van zijn lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad.

Dit artikel van de voorzitter van de Irish Council for Civil Liberties (ICCL), Mark Kelly, verscheen op 23 maart als opiniestuk in de Irish Examiner (gedrukt en online) als onderdeel van een gedetailleerd overzicht van Ierlands gebrekkige respect voor internationale mensenrechtenormen, waartoe ook de ICCL heeft bijgedragen.

Je moet cookies van derden accepteren om deze content te kunnen zien.