Internationale dag voor slachtoffers van gedwongen verdwijningen: niets om in Spanje te vieren

Op deze Internationale dag van slachtoffers van gedwongen verdwijningen, staat RIS erop dat het beste eerbetoon dat de Spaanse overheid aan slachtoffers en families kan geven, is te voldoen aan zijn internationale verplichtingen.

Op de Internationale dag van slachtoffers van gedwongen verdwijning, die elke dag op 30 augustus wordt gehouden, bracht RIS, een burgerrechtenorganisatie in Spanje, de volgende verklaring naar buiten:

“Op de Internationale dag van slachtoffers van gedwongen verdwijningen is er maar weinig te vieren in Spanje. De Spaanse overheid heeft een schuld open staan ten opzichte van de slachtoffers en voldoet nog steeds niet aan haar internationale verplichtingen ten aanzien van gedwongen verdwijningen.

De eisen en de activiteiten die door de familieleden van slachtoffers van gedwongen verdwijningen zijn uitgedragen om te ontdekken wat er van hun geliefden geworden is, voor gerechtigheid en herstel, blijven op een doodlopend spoor. Nog steeds falen de overheden in het voorzien van maatregelen die rechten garanderen, inclusief het onderdrukken van juridische blokkades die het oefenen en in praktijk van deze rechten ruimte geven.

Volgens internationaal recht is de Spaanse overheid (inclusief haar rechtssysteem) verplicht om de waarheid omtrent de mensenrechtenschendingen tijdens de Spaanse Burgeroorlog en de dictatuur onder Franco vast te stellen: om grondig en effectief onderzoek te doen naar gedwongen verdwijningen; de verantwoordelijken te identificeren en te vervolgen en, waar gepast, sancties toepassen die rekening houden met de extreme ernst van de misdaden en in volledige en integrale herstelbetalingen aan de slachtoffers voorzien.

Spaanse overheden zouden ook op definitieve basis het doorgaande karakter van de gedwongen verdwijningen moeten erkennen en het uitdrukkelijk moeten bestempelen als een aparte misdaad. Zij zouden het expliciet moeten erkennen als een internationale misdaad en duidelijke aanpassingen aan de definitie zoals in Artikel 2 van het Internationale Verdrag maken dat alle mensen beschermt tegen gedwongen verdwijningen. De recente hervorming van het strafrecht minacht de eisen zoals die door internationale maatstaven op dit gebied zijn voorgeschreven.

Diverse mechanismen die de mensenrechten beschermen hebben Spanje aan zijn verplichtingen herinnerd, in het bijzonder in de afgelopen jaren waarin men behoorlijk kritisch is geweest ten aanzien van de houding van de Spaanse overheid.

In mei 2015 herinnerde de VN Commissie tegen martelingen (CAT) de Spaanse overheid er opnieuw aan dat martelpraktijken, inclusief gedwongen verdwijningen, niet onderworpen zijn voorschrijving noch amnestie. De CAT-commissie stond er op dat Spanje in het licht van zijn internationale verplichtingen deze misdaden onpartijdig en grondig onderzoekt.

De Mensenrechtencommissie was het laatste orgaan van de VN dat in juli 2015 zijn afkeuring herhaalde over het gebrek aan onderzoek in misdaden die tijdens de Burgeroorlog en onder Franco plaatsvonden, inclusief gedwongen verdwijningen. De commissie beval ook een herroeping van de amnestiewet aan.

In het kort: het is tijd voor de Spaanse overheid om een eind aan hun gedrag te maken dat alsmaar en opzettelijk de rechten van slachtoffers van gedwongen verdwijningen negeert – rechten inzake gerechtigheid, waarheid en herstelbetalingen.