Hongarije's grootste krant stopt, beschuldigd van politieke druk

Eén van de weinige overgebleven oppositie publicaties in Hongarije, het 60-jarige linkse dagblad Népszabadság is gesloten zonder voorafgaande kennisgeving. Journalisten werden zaterdagochtend vroeg verrast toen het kantoor dicht bleek te zijn.
Het grootste Hongaarse dagblad, Népszabadság - een van de laatste overgebleven onafhankelijke mediaorganen in het land - is gesloten zonder voorafgaande kennisgeving van de eigenaar.

Journalisten werden zaterdag vroeg verrast toen het kantoor dicht bleek te zijn en zij geen toegang hadden tot hun online accounts. Ze zeggen dat het een voorbereide "coup" is tegen hen, terwijl de eigenaar volhoudt dat het een reeds lang verwacht zakelijk besluit was omdat de krant slecht presteerde. De eigenaar heeft officieel alleen de krant geschorst en gezegd dat hij zou onderhandelen met de redactie. Er kan echter geen zakelijke motivering zitten achter een besluit dat een bedrijf kapotmaakt wanneer het nog de bedoeling is om de krant moeiteloos door te verkopen.

"Het sluiten van Nepszabadság op deze manier is een aanval op de persvrijheid in Hongarije. Ex-werknemers van Nepszabadság hebben nieuwe onderzoeksjournalistieke stukken gedeeld over corruptie in de regering en in de Hongaarse Nationale Bank die direct kunnen hebben geleid tot het sluiten van de krant" zei Éva Simon, Liberties' expert op het gebied van vrijheid van meningsuiting.

Het sluiten van het dagblad en de website www.nol.hu betekent dat alle archieven van de 60-jarige krant offline zijn gegaan - dit is erg voordelig voor de regering.

Aanval op de persvrijheid

Mediaworks kocht Népszabadság in 2014, een stap die toen al door velen werd gezien als een voorteken van een politieke overname door investeerders die de regering steunen en hyperactief zijn op de Hongaarse mediamarkt.

Critici zeggen dat de Oostenrijkse investeerder uit politieke druk handelde en dat het besluit om Népszabadság te sluiten volgt na een recentelijke serie verhalen over corruptie in de regering en kritische artikelen over het migrantenquota referendum.

Journalisten konden zaterdagochtend niet hun kantoor binnen.

Oppositiepartijen en organisaties in Hongarije zeggen dat het besluit duidelijk bewijs is dat de Orbán-regering herhaaldelijk probeert de persvrijheid te onderdrukken en volledige controle over de pers probeert te krijgen. De regering is er al in geslaagd MTVA een eenzijdig mondstuk te maken.

NGO's en mediavrijheidactivisten zijn het erover eens dat Népszabadság het slachtoffer is geworden van politieke manoeuvres.

Hoe kwam Népszabadság in deze situatie terecht?

De Vrije Pers Stichting van de Hongaarse Socialistische Partij was eigenaar van 28% van de krant tot 2015. Sinds 1990 heeft de krant twee meerderheidseigenaren gehad - eerst het Duitse Bertelsmann, toen het Zwitserse Ringier. Als een gevolg van de fusie Ringier-Axel Springer werd Ringier verplicht door de de Media Raad , die door Fidesz was opgericht, Népszabadság te verkopen. Daarom kocht het Oostenrijkse Mediaworks van Heinrich Pecina de krant in 2014.

Maandenlang waren er geruchten dat de premier Viktor Orbán persoonlijk onderhandelde met Pecina over dat het eigendom van de krant naar zijn favoriete kandidaat zou gaan, de burgemeester van zijn geboortestad Felscut. Er is nog geen officieel nieuws opgedoken over het eigendom.

Om een voorbeeld te geven van het cynisme van de Hongaarse regering - die weigert een officiële verklaring te geven over de sluiting - een van Fidesz' partij's vice-presidenten, Szilárd Németh, zei in een verklaring: "Het was naar mijn mening tijd om te stoppen voor Népszabadság."

De vrijheid van meningsuiting expert van Hungarian Civil Liberties Union en Liberties.eu, Éva Simon, zijn bereid om juridische ondersteuning te bieden aan journalisten van de redactie.