Anti-folteringsorgaan eist 'onverwijld' veranderingen Belgische gevangenissen

Het anti-folteringscomité van de Raad van Europa eist dat wetgevers in België minimale dienstverlening in gevangenissen implementeren en de rechten en vrijheden van zowel gevangenisofficieren als gevangenen respecteren.
Het Europese Comité voor het Voorkomen van Foltering of Onmenselijk en Vernederende Behandelingen (CPT) heeft van 7 tot 9 mei 2016 een bezoek aan België gebracht om te kijken naar de consequenties van de stakingen door gevangenisofficieren op de omstandigheden van Belgische gevangenen.

De delegatie van CPT heeft geen teken van mishandeling van gevangenen geobserveerd door het gevangenispersoneel. De CPT gaf echter wel aan dat gevangenen aan onmenselijke en vernederende gevangenisomstandigheden werden onderworpen, wat onacceptabel is, zeker aangezien de stakingen in sommige gevangenissen langer dan twee maanden duurden.

Hierdoor is het CPT van mening dat de situatie een "flagrant voorbeeld is van de noodzaak om minimale dienstverlening in te stellen in de gevangenissen, wat de CPT al een lange tijd aanraadt."

'Minimale dienstverlening'

Wat wordt bedoeld met "minimale dienstverlening"? De bedoeling is dat elke gevangene aanspraak moet kunnen maken op:

  • Maaltijden geserveerd op de geplande tijden;
  • Ongelimiteerde medische zorg (waaronder snelle toegang tot noodhulp, doorlopende toegang tot somatische of psychiatrische behandelingen, zowel binnen als buiten de gevangenis);
  • Toegang tot een dagelijkse wandeling van minstens een uur;
  • De mogelijkheid persoonlijke hygiëne te onderhouden (met name door reguliere toegang tot douches en wasservice en een schone cel);
  • Doorlopend contact met de buitenwereld (waaronder een advocaat) door e-mails, telefoongesprekken of bezoeken;
  • Reguliere bezoeken door ouders die hun kinderen in goede omstandigheden moeten kunnen zien.

Gevangenen zouden altijd aanspraak moeten kunnen maken op deze 'minimale dienstverleningen', ook tijdens stakingen van gevangenispersoneel of sociale bewegingen, of als de gevangenissen in het algemeen te weinig personeel hebben. Zoals aangegeven door het CPT "bestaat er een risico voor de fysieke en psychologische integriteit van gevangenen, alsmede hun waardigheid. De garantie hierop is een verplichting voor de Belgische staat, die hier onder geen enkele omstandigheid onderuit kan."

Verzoeken worden genegeerd

Het is nu duidelijk dat de Belgische autoriteiten de herhaalde verzoeken van het CPT lang hebben genegeerd.

In haar verslag geeft het CPT aan dat "niets in Europese mensenrechtenwetten het nemen van onder andere wetgevende maatregelen om minimale dienstverlening voor gevangenen te implementeren, terwijl rechten en vrijheden van gevangenispersoneel worden gerespecteerd, blokkeert. De mogelijkheid om betere werkomstandigheden te eisen, zeker in de vorm van gecoördineerde of collectieve acties, is een recht dat gerespecteerd moet worden zonder dat minimale dienstverlening hier onder lijdt."

Het CPT benadrukt dat een scheiding moet worden gemaakt tussen, aan de ene kant, de implementatie van minimale dienstverlening in de gevangenissen, en aan de andere kant, de implementatie van deze dienstverlening in andere gebieden van openbare dienstverlening.

Het is ook zeker belangrijk om te letten op het feit dat gevangenen door het totale verlies van vrijheid overgeleverd zijn aan het gevangenispersoneel, of dit nu gaat om eten, activiteiten buiten de cel, toegang tot gezondheidszorg of contact met de buitenwereld.

De staat heeft een speciale verplichting tegenover deze personen door het absolute verbod op foltering of onmenselijke en vernederende behandelingen.

'Onverwijld'

Na juridische stappen ondernomen door gevangenen tijdens de stakingen door gevangenispersoneel, hebben veel rechtbanken uitspraken gedaan over deze kwestie en geoordeeld dat minimale dienstverlening vergelijkbaar met wat het CPT bepleit doorgevoerd moeten worden, op straffe van een boete.

Maar deze rechterlijke uitspraken hebben geen effect gehad, waardoor het CPT meent dat de enige optie het aannemen van vaste regels op dit gebied is. Het Comité bepleit dat "Belgische autoriteiten onverwijld een normatieve wet implementeren die minimale dienstverlening in gevangenissen regelt."

De Belgische Ligue des Droits de l'Homme (LDH) roept autoriteiten op om onderhandelingen te starten met alle betrokken partijen om een normatief kader op te stellen dat tijdens stakingen of andere situaties die een personeelstekort kunnen veroorzaken goede werkomstandigheden verzekert die het welzijn en de rechten van zowel het gevangenispersoneel als de gevangenen, waaronder de rechten van hun familie, respecteren.

Het bericht van het Comité kan niet duidelijker: Is het de voorbode van een nieuwe veroordeling van België door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?