VN Comité tegen foltering beoordeelt voortgang Litouwen

Ook al maakt Litouwen voortgang in de bestrijding van huiselijk geweld, treuzelt het land met hervormingen die allang hadden moeten plaatsvinden en zijn er tegenslagen in de uitvoering van bepaalde verplichtingen volgens het VN Verdrag tegen foltering.

Tijdens de 52ste sessie (28 april - 23 mei 2014) zal het VN Comité tegen foltering het derde periodieke verslag van Litouwen beoordelen. Ter gelegenheid hiervan heeft het Human Rights Monitoring Institute (HRMI) een alternatief verslag ingediend dat het Comité zal helpen de voortgang van Litouwen te bepalen.

Het HRMI heeft het buitensporig hoge aantal mensen in voorlopige hechtenis en het ineffectieve beleid van voorwaardelijke vrijlating aangekaart als de twee ernstigste problemen op het gebied van strafrecht. Ook wees het instituut erop dat de langverwachte hervorming van het gevangeniswezen nog steeds niet heeft plaatsgevonden.

De situatie van vluchtelingen en asielzoekers is eveneens zorgwekkend. Ook al staat in de Litouwse wet dat asielzoekers niet mogen worden opgesloten, zelfs niet als zij illegaal zijn, gebeurt dit in de praktijk toch. Uit een inspectiebezoek van werknemers van HRMI bij het Registratiecentrum voor buitenlanders is gebleken dat er sprake is van erbarmelijke omstandigheden en dat onder meer de vrijheid van religie wordt verontachtzaamd.

Door het gebrek aan waarborgen en gespecialiseerde dienstverlening bevinden misdaadslachtoffers, waaronder kinderslachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld, zich vaak in situaties die gekenmerkt worden door marteling en inhumane behandelingen. Slachtoffers van mensenhandel voor seksuele uitbuiting worden gestigmatiseerd en worden vaak opnieuw slachtoffer. ''Daders van mensenhandel worden [in de media] afgeschilderd als 'mensen die prostituees helpen rond te komen' terwijl over de slachtoffers - vrouwen die verzeild raken in de prostitutie - wordt gezegd dat het hun situatie hun eigen schuld is'', valt in het verslag te lezen,

Bij het indienen van het verslag benadrukte het HRMI dat er aanzienlijke vorderingen zijn gemaakt sinds de beoordeling van het tweede periodieke verslag van Litouwen. De goedkeuring van de wet tegen huiselijk geweld is daar het beste voorbeeld van. Voor het eerst erkent het land huiselijk geweld als mensenrechtenschending en als misdaad die bestraft dient te worden. Anderzijds zijn er tegenslagen ten aanzien van de uitvoering van bepaalde verplichtingen waar Litouwen aan moet voldoen volgens het VN Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing.

Een ander alternatief verslag, tot stand gekomen in samenwerking met REDRESS, Amnesty International, Reprieve en Interights, is gericht op het onderzoek naar de betrokkenheid van Litouwen bij het rendition programma van de CIA.