Mensenrechten: wat kunnen we verwachten van het Bulgaarse voorzitterschap van de EU?

Krassimir Kanev, voorzitter vanBulgarian Helsinki Committee en lid van Liberties, analyseert de rol van mensenrechten in het Bulgaarse regeringsprogramma voor het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.

Half december presenteerde de Bulgaarse regering aan het Parlement haar programma voor het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Het programma stelt vier prioriteiten vast: economische groei en sociale cohesie; Europees perspectief voor de westelijke Balkan; veiligheid en stabiliteit in een sterk en verenigd Europa; digitale economie en vaardigheden voor de toekomst. Geen van deze prioriteiten heeft te maken met mensenrechten. Bovendien worden de termen "mensenrechten" en "fundamentele rechten" zelfs niet gebruikt in het programma. Er zijn geen verwijzingen naar het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Over het algemeen wordt nergens bevestigd dat Bulgarije mensenrechten erkent, terwijl deze tijdens het voorzitterschap zouden moeten worden versterkt, aangezien dit een van de fundamentele waarden van de Unie is.

Teleurstellende prioriteiten

Bij het aannemen van het voorzitterschap van de Raad van Europa, dat tussen de lidstaten rouleert, is elke regering verantwoordelijk voor het bepalen van de agenda van de Raad en het opstellen van een werkprogramma in de loop van het voorzitterschap.

In plaats van de mensenrechten te vermelden, gaat het Bulgaarse programma met name in op "migratiemanagement". Het doel ervan is de efficiëntie van "het terugkeerbeleid van mensen", "de grenscontrole" en "de versterking van de buitengrenzen" van de Unie in de context van "terrorisme" te vergroten. In de enkele gevallen waarin het mensenrechtenbeleid wordt genoemd, zegt het programma dat het Bulgaarse voorzitterschap zal werken aan de gelijkheid van mannen en vrouwen en aan de rechten van personen met een handicap en hun integratie in de samenleving. Er wordt echter niets specifieks genoemd.

Dit is een duidelijk signaal dat het Bulgaarse voorzitterschap niet van plan is om de mensenrechtenproblemen in de Unie aan te pakken, wat overigens moeilijk te bevatten is. Zo is er onder andere: het ondermijnen van de rechtsstaat en het systeem van checks-and-balances in verschillende landen van de Unie; wijdverspreide etnische en religieuze discriminatie, islamofobie en haatzaaien; discriminatie in nationale strafrechtsystemen; beperkte toegang tot kwaliteitsonderwijs voor diegenen die zijn uitgesloten van de samenleving; steeds kleiner wordende vrijheid van de media; beperkingen van het werk (en in sommige lidstaten zelfs vervolging) van mensenrechtenorganisaties.

Deze kwesties zijn goed gedefinieerd in de rapporten van lokale en internationale organisaties die mensenrechten monitoren, waaronder het Bureau voor de grondrechten van de EU (FRA). Ze zijn niet of op zijn minst niet op een adequate manier behandeld in de programmadocumenten van de vorige voorzitters van de Raad, waaronder het programma voor het Estse voorzitterschap. Bulgarije, de enige staat die het voorzitterschap zal overnemen in het kader van het mechanisme voor samenwerking en verificatie, lijkt echter bijzonder ongeschikt om enige verandering op gang te brengen.

'Grote bezorgdheid' over discriminatie

Zelfs als we geen rekening houden met de opmerkingen en aanbevelingen van de waarnemende niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties en ons beperken tot alleen die van de officiële instanties van de Verenigde Naties en de Raad van Europa, lijkt het beeld van Bulgarije nog steeds niet erg aantrekkelijk. In 2017 hebben twee verdragsorganen van de VN opmerkingen en aanbevelingen geformuleerd die nogal verontrustend zijn voor een land dat lid is geworden van een club landen met de hoogste normen voor mensenrechtenbescherming.

Afgelopen mei uitte het VN-Comité tegen Rassendiscriminatie "ernstige bezorgdheid" over de toename van haatzaaien en haatmisdrijven in Bulgarije, die straffeloos werden toegepast en gericht zijn tegen de belangrijkste minderheidsgroepen in het land: Turken, Roma, Joden, Afrikanen, vluchtelingen en migranten. Het Comité merkte ook de "voortdurende marginalisering van de Roma" in alle lagen van de bevolking op, met name de gedwongen uitzettingen uit hun enige huizen, segregatie in het onderwijs en het gebrek aan toegang tot betaald werk en medische zorg. Een andere grote zorg voor het Comité is de behandeling van migranten. Het Comité benadrukt in zijn concluderende opmerkingen de gewelddadige manier waarop de staat zijn grondgebied beschermt, evenals de mishandelingen en willekeurige detenties die plaatsvinden.

Marteling en vele andere schendingen van de rechten

In december publiceerde het Comité tegen Foltering, een ander VN-orgaan, nog verontrustendere observaties. Deze hadden betrekking op de ongestrafte en wijdverbreide slechte behandeling van gedetineerden (met name mensen van de Roma-minderheid) in Bulgaarse politiebureaus; de onmenselijke behandeling van gevangenen en mensen die in sociale en gezondheidsinstellingen zijn geplaatst en de mishandeling en terugdringing van asielzoekers. Een bijzondere zorg voor het Comité is het feit dat in de periode 2000-2010 honderden kinderen met een verstandelijke handicap stierven in instellingen en dat niemand schuldig werd bevonden. Het Comité merkte ook op dat er de afgelopen jaren sprake is van een terugval in de samenwerking tussen autoriteiten, die weigeren onafhankelijk, niet-gouvernementeel toezicht op mensenrechten in de instellingen toe te staan.

Op regionaal niveau is Bulgarije een van de weinige lidstaten van de Raad van Europa waarvoor het Europees Comité tegen Foltering in 2015 een openbare verklaring heeft afgegeven waarin het gebrek aan medewerking van de Bulgaarse autoriteiten wordt benadrukt om de omstandigheden in detentiecentra te verbeteren. Het Comité constateerde ook systematische misbruik van gedetineerden door de politie. Bovendien behoort Bulgarije tot de landen met het hoogste aantal niet-uitgevoerde vonnissen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) per hoofd van de bevolking. De vonnissen betreffen schendingen van het hele spectrum van mensenrechten die worden beschermd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een aanzienlijk deel daarvan betreft schendingen van het recht op leven, als gevolg van buitensporig gebruik van geweld en vuurwapens, alsmede foltering en onmenselijke en vernederende behandeling door politieagenten.

Met dit alles in gedachten kunnen verwachtingen dat het Bulgaarse voorzitterschap de ernstige mensenrechtenproblematiek in de Unie zal aanpakken niet hoog zijn. Het is moeilijk voor te stellen dat de dingen aanzienlijk kunnen verbeteren tijdens het Oostenrijkse voorzitterschap erna, met de extreem-rechtse Vrijheidspartij (FPÖ) als onderdeel van de regeringscoalitie in het land. Dit vormt een serieuze uitdaging voor de belangenbehartiging van niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties. Geconfronteerd met systemische onderfinanciering en met de regeringsdruk in verschillende landen, moeten ze hun inspanningen verdubbelen om een positieve verandering teweeg te brengen.