Frans hoofddoekverbod geldig voor alle werkers in publieke sector

Het beëindigen van een arbeidscontract in een ziekenhuis omdat een medewerker er bij bleef dat ze op haar werk een hoofddoek wilde dragen, is geen schending van haar rechten onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in zijn uitspraak van 26 november in de zaak Ebrahimian tegen Frankrijk dat er geen sprake was van de schending van artikel 9 (recht op vrijheid van geloof) van het EVRM.

De klaagster, Christiane Ebrahimian, is een Française, geboren in 1951 en woonachtig in Parijs. Ebrahimian werd voor een tijdelijk dienstverband bij het openbare ziekenhuis aangenomen als maatschappelijk werkster op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis en sociaal zorgcentrum van Nanterre, een gezondheidsorganisatie dat wordt bestuurd vanuit de hoofdstad Parijs.

Geen religie op het werk

De directeur personeelszaken vertelde de klaagster op 11 december 2000 dat haar contract niet zou worden verlengd, omdat ze weigerde haar hoofddoek af te doen na klachten van patiënten.

Deze directeur stuurde Ebrahimian een geschreven memo van het advies van de Raad van State van 3 mei 2000, waarin staat dat hoewel de gewetensvrijheid van ambtenaren gewaarborgd was, het principe van het seculiere karakter van de staat het hen verhinderde om hun religieuze overtuigingen zichtbaar te maken bij het uitoefenen van hun functie. Het zichtbaar dragen van een symbool van geloofsovertuiging is om die reden een inbreuk op de plichten van een ambtenaar.

Oordeel van het Hof

Leunend op artikel 9 EVRM (recht op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst) klaagde Ebrahimian dat het besluit om haar contract niet te verlengen als maatschappelijk werkster een inbreuk was op haar recht om uiting te geven aan haar geloof.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) merkte op dat het dragen van de sluier door de autoriteiten gezien wordt als een opzichtige uiting van godsdienst dat in tegenspraak is met de neutraliteitseis die voor ambtenaren verplicht is bij het uitoefenen van hun functie. Het was de klaagster opgedragen om het principe van secularisme in acht te nemen binnen de betekenis van artikel 1 van de Franse Grondwet en de neutraliteitseis die uit dat principe voortvloeit.

Bescherm de patiënten

Volgens de nationale rechter was het nodig om aan het seculiere karakter van de staat vast te houden en zo de ziekenhuispatiënten te beschermen voor enige risico op invloed of partijdigheid ten opzichte van hun eigen gewetensvrijheid.

De noodzaak om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen - dat is: het respecteren van ieders geloof - vormde de basis voor de betreffende beslissing.

Het EHRM vond dat de nationale autoriteiten niet buiten hun beoordelingsmarge waren gegaan in hun oordeel dat er geen mogelijkheid was om de religieuze overtuigingen van Ebrahimian te verzoenen met de plicht om zich te weerhouden van het zichtbaar tonen daarvan en in het besluit om voorrang te geven aan de eis tot neutraliteit en onpartijdigheid van de staat.

Lees hier het persbericht van het EHRM (EN/FR) en het oordeel (alleen beschikbaar in het Frans).