53 Nederlandse steden tekenen intentieverklaring Regenboogbeleid

53 Regenboogsteden hebben een intentieverklaring ondertekend om de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van hun LHBTI-inwoners verder te bevorderen.

Op 12 oktober 2018 ondertekenden 53 Regenboogsteden een intentieverklaring om de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van hun LHBTI-inwoners verder te bevorderen. De verklaring werd getekend met minister Ingrid van Engelshoven van OCW en geldt voor de periode van 2019 tot en met 2022.

De ondertekening gebeurde in Gouda, in aanwezigheid van tientallen wethouders en beleidsmedewerkers van Nederlandse gemeenten en minister Van Engelshoven van OCW. De intentieverklaring 2019-2022 is een vervolg op afspraken die het ministerie tijdens de vorige kabinetsperiode maakte met gemeenten.

Samenwerking

De 53 Regenboogsteden beloven om hun regenboogbeleid nóg effectiever te maken, onder andere door samenwerking tussen betrokken partijen te versterken. Ze gaan de resultaten en effecten van beleid monitoren en evalueren en richten zich op preventie én bestrijding van discriminatie van LHBTI’s.

In opdracht van het ministerie van OCW zorgt Movisie voor ondersteuning en advies bij het LHBTI-beleid van Regenboogsteden en voor een jaarlijkse landelijke bijeenkomst om ervaringen en opbrengsten van de Regenboogsteden uit te wisselen.

Ook maakt OCW het regenboogbeleid financieel mede mogelijk. De Regenbooggemeenten krijgen jaarlijks € 20.000,- en de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht krijgen € 50.000,-. De Regenboogsteden stellen zelf een equivalent budget en/of personele capaciteit beschikbaar als cofinanciering van het OCW-budget.

Positief effect

Minister Van Engelshoven stelde vast dat steeds meer gemeenten, ‘van Almere tot Emmen’ regenboogbeleid voeren. “Een goede zaak, want regenboogbeleid werpt vruchten af. Regenbooggemeenten doen het beter dan andere gemeenten als het gaat om acceptatie en sociale veiligheid van LHBTI’s. En hoe langer men meedoet, hoe groter het positieve effect is.”

Bron: Ministerie OCW-Movisie