Past de straf bij de misdaad? Strenge Poolse wet getoetst

Een nieuwe wet die autoriteiten toestaat om gevaarlijke criminelen na het uitzitten van hun gevangenisstraf vast te houden wordt door het grondwettelijk hof beoordeeld.
Het Grondwettelijk Hof van Polen toetst de grondwettelijkheid van de wet van 15 november. De Helsinki Foundation for Human Rights houdt de werkzaamheden sinds het begin van de wet in de gaten en bereidde voor het Grondwettelijk Hof een amicus curiae observatie voor.

De wet legt procedures vast tegen geestesgestoorden die een bedreiging voor het leven, de gezondheid of seksuele vrijheid van anderen vormen en trad in januari 2014 in werking.

De goedkeuring van de wet werd grotendeels ingegeven door de toenmalige ten einde lopende gevangenisstraffen van de in Communistisch Polen ter dood veroordeelden, wiens straffen later naar 25 jaar gevangenisstraf werden omgezet.

De wet omzeilen?

Krachtens de wet mogen gevangenen die hun gevangenisstraf al uitgezeten hebben en daar therapie hebben gekregen overgedragen worden aan het Nationale Centrum voor de Preventie van Antisociaal Gedrag. Deze maatregel wordt toegepast in het geval van individuen die lijden aan persoonlijkheidsstoornissen die kunnen leiden tot het begaan van ernstige misdrijven tegen het leven of de seksuele vrijheid.

Toen de wet ontwikkeld werd, merkte de Helsinki Foundation for Human Rights (HFHR) op dat het wetsvoorstel een poging kon zijn om tegen rechtsbeginselen in gevangenen retroactief en voor dezelfde feiten dubbel te straffen. Onduidelijke regelgeving omtrent de plaatsing van veroordeelden in het centrum in Gostynin kan gebruikt worden als instrument voor bestuurlijke correctie van gerechtelijke straffen.

Ooit hoopvolle Poolse gevangenen die al lang vast zitten komen misschien toch niet vrij

Een oordeel aanvragen

De HFHR heeft twee juridische adviezen gepresenteerd over de door het Ministerie van Justitie voorgestelde wet. Volgens de organisatie zit de grootste fout van het voorstel in het feit dat een beslissing tot plaatsing gebaseerd kan zijn op onder andere "persoonlijkheidsstoornissen" of "seksuele voorkeursstoornissen", die niet geclassificeerd zijn als geestesziekten.

Een ander advies gaf aan dat de reikwijdte van de wet uitgestrekt is tot andere groepen veroordeelden die eerst buiten de reikwijdte van de wet vielen. Een verbeterde versie van het voorstel introduceerde de categorie "personen die een bedreiging vormen," of personen die voor geweldsmisdrijven zijn veroordeeld en tijdens hun gevangenschap zijn gediagnosticeerd met een een psychische stoornis wat zorgt voor een hoog risico op het nogmaals begaan van een misdrijf tegen het leven of seksuele vrijheid.

In een later stadium in het wetgevingsproces spoorde de HFHR de Poolse president erop aan om de wet voor haar inwerkingtreding grondwettelijk te laten toetsen. De president koos er echter voor de wet goed te keuren.

Op dat punt vroeg de HFHR de Commissaris voor de Mensenrechten en de procureur-generaal te overwegen een grondwettelijke toets aan te vragen van de wet op zaken tegen geestesgestoorden. De zaak werd naar het Grondwettelijk Hof doorverwezen, ondersteund door een amicus curiae observatie van de HFHR. Het Hof voerde haar onderzoekuit op 15 november en de uitspraak wordt binnenkort verwacht.